Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0047

Ongegrond Onontvankelijk KC - Beveren Klachtencommissie Voorlopige maatregel Ordemaatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - ORDEMAATREGEL - ARBEID - TERMIJN

Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste om klager verplicht te laten verblijven in de hem toegewezen verblijfsruimte op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, ยง1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. Klager roept luidkeels in een vreemde taal. De dienders, die zichtbaar van streek zijn, geven aan door hem bedreigd te worden. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is ongegrond.

Klager dient klacht in tegen het verliezen van werk (zonder datum). Blijkens de informatie van de directie werd klager al op 24 januari 2026 ontslagen. De klacht werd pas op 25 februari 2026 en dus laattijdig ingediend. Bovendien heeft klager eerder al een klacht ingediend over de ordemaatregel van 24 januari 2026. De klachtencommissie deed hierover definitief uitspraak in haar beslissing in dossier KC04/26-0026. De klachtencommissie kan de ontslagbeslissing niet opnieuw beoordelen. De klacht is niet-ontvankelijk.