TUCHT
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 25/04/2026 van de directie van de gevangenis van Beveren.
De directie heeft een tuchtsanctie van 6 dagen ATV voor de inbreuken van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en “de opzettelijke aantasting van de orde” opgelegd.
De precieze handelingen die klager stelde, werden op voldoende gedetailleerde wijze beschreven in de rapporten aan de directeur (RAD’s). De klachtencommissie vindt ook niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van de RAD’s. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in de RAD’s als voormelde inbreuken werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de eerste categorie. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 6 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 25/04/2026 van de directie van de gevangenis van Beveren.
De directie heeft een tuchtsanctie van 6 dagen ATV voor de inbreuken van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en “de opzettelijke aantasting van de orde” opgelegd.
De precieze handelingen die klager stelde, werden op voldoende gedetailleerde wijze beschreven in de rapporten aan de directeur (RAD’s). De klachtencommissie vindt ook niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van de RAD’s. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in de RAD’s als voormelde inbreuken werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de eerste categorie. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk of onbillijke straf van 6 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.