Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0110

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens:

- Het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie;
- Het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie.

De klachtencommissie meent dat op basis van de drie eerste rapporten duidelijk blijkt dat er op verschillende tijdstippen werd vastgesteld dat er zaken werden doorgegeven tussen klager en zijn buurman. Dat is op zich al een schending van het huishoudelijk reglement waarin wordt gesteld dat de verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden verboden zijn, behoudens toelating van de directeur. De voorwerpen die zonder toelating van de directeur via verkoop, ruil, lening, schenking of een gelijkaardige handeling verkregen zijn, worden tegen ontvangstbewijs in bewaring genomen voor de gedetineerde die er eigenaar van is. Uit het eerste RAD is het onduidelijk wie de verboden substantie (hasj) heeft doorgegeven maar dit is niet relevant want klager kan sowieso gesanctioneerd worden voor de weerhouden tuchtinbreuk want ofwel waren het zijn drugs, ofwel was het een poging om in het bezit te komen van drugs. De poging tot het plegen van en deelneming aan een in de artikelen 129 en 130 bedoelde tuchtrechtelijke inbreuk wordt gestraft met dezelfde straffen als de tuchtrechtelijke inbreuk zelf. Uit het tweede RAD blijkt dat het klager was die iets probeerde binnen te halen terwijl het omgekeerd was in het laatste RAD. Toen was het de buurman die het koordje prepareerde maar klager die de voorwerpen, namelijk twee pillen en een zwarte substantie, doorgaf aan zijn buurman. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaarde klager nog dat hij om tabak had gevraagd aan zijn buurman en had gekregen, samen met een cadeautje, terwijl hij in zijn klacht en tijdens de zitting van de klachtencommissie verklaard heeft dat hij zijn buurman tabak had geschonken. In ieder geval blijkt uit de rapporten niet dat er doorgegeven tabak werd onderschept door het personeel. Tot slot verklaarde klager tijdens de zitting dat hij zelf niets van de jojo kent en dat niet kan maken terwijl dergelijke constructies gevonden werden in zijn cel tijdens de celcontrole. Gelet op de incoherente en ongeloofwaardige verklaringen van klager in vergelijking met de heldere vaststellingen van het personeel, besluit de klachtencommissie dat de directie de tuchtinbreuken bewezen mocht verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De opgelegde voorlopige maatregel werd bovendien in mindering gebracht. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie meent dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.