Ga verder naar de inhoud

KC05/21-0120

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager werpt voor het eerst in zijn klacht op dat de beambte die het RAD opstelde de vrouw zou zijn van een man tegen wie klager een klacht zou hebben ingediend bij de politie / het parket / de Commissie van Toezicht. Klager legt echter geen bewijs voor die twijfel doet ontstaan over de onpartijdigheid van de beambte.

De klachtencommissie acht het tuchtrapport duidelijk. De directie kon zich baseren op het rapport om de tuchtinbreuk te beoordelen. De tuchtsanctie werd opgelegd binnen de wettelijke grenzen en is ook niet onredelijk, er werden namelijk geen tegenstrijdigheden tussen het rapport en andere elementen uit het dossier vastgesteld. De verkeerde einddatum van de tuchtsanctie betreft echter duidelijk een materiƫle vergissing. Deze dient door de directie nog te worden rechtgezet in de originele schriftelijke tuchtbeslissing.
De klacht is gegrond.