TUCHT - MOTIVERING
In de motivering van de tuchtbeslissing stelt de directie: “Gelet op het feit dat betrokkene in het bezit is van in, door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Gelet op het bezit van of de handel in, door of krachtens de wet verboden substanties dient een sanctie opgelegd te worden. Het is voor gedetineerden verboden om in het bezit te zijn van wettelijk verboden substanties. (huishoudelijk reglement, titel 4: materiële levensvoorwaarden, hoofdstuk 2: bezit van voorwerpen)” De Klachtencommissie vindt dit deel van de motivering niet pertinent, aangezien er in het RAD van 23 oktober 2021 geen sprake was van verboden substanties. De motivering voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 144 §6, tweede lid j° artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing van 29 oktober 2021 wordt vernietigd (artikel 158, §3, 3° van de Basiswet) en ten gevolge daarvan geschrapt uit het tuchtregister van klager. De Klachtencommissie stelt vast dat dit reeds gebeurde.
In de motivering van de tuchtbeslissing stelt de directie: “Gelet op het feit dat betrokkene in het bezit is van in, door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Gelet op het bezit van of de handel in, door of krachtens de wet verboden substanties dient een sanctie opgelegd te worden. Het is voor gedetineerden verboden om in het bezit te zijn van wettelijk verboden substanties. (huishoudelijk reglement, titel 4: materiële levensvoorwaarden, hoofdstuk 2: bezit van voorwerpen)” De Klachtencommissie vindt dit deel van de motivering niet pertinent, aangezien er in het RAD van 23 oktober 2021 geen sprake was van verboden substanties. De motivering voldoet dan ook niet aan de vereisten van artikel 144 §6, tweede lid j° artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing van 29 oktober 2021 wordt vernietigd (artikel 158, §3, 3° van de Basiswet) en ten gevolge daarvan geschrapt uit het tuchtregister van klager. De Klachtencommissie stelt vast dat dit reeds gebeurde.