KC05/22-0081
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
KLEDIJ
Klager dient klacht in tegen de weigering van de directie om hem tijdens bepaalde bewegingen een korte broek te laten dragen in plaats van een lange penitentiaire broek. Klager draagt een kniebrace. De directie voert aan dat zij eigenhandig heeft vastgesteld dat klager in staat is om een lange broek te dragen over zijn kniebrace. Een uitzondering werd niet nodig geacht. De klachtencommissie brengt de regels over het dragen van eigen kledij en de uitzonderingen daarop in herinnering. De klachtencommissie oordeelt dat, hoewel er geen dwingende medische noodzaak was die voor klager het dragen van een korte broek noodzaakte, er uit een bericht van de Dienst Gezondheidszorg wel bleek dat een kniebrace makkelijker is met een korte broek. De klachtencommissie vindt in het dossier geen enkel argument terug waarom het dragen van een korte broek omwille van de kniebrace niet zou voldoen aan de normen die door een gedwongen samenleven met anderen worden gesteld op het vlak van de hygiƫne, de welvoeglijkheid, de orde of de veiligheid. Bovendien blijkt uit het niets dat, zelfs indien er bepaalde problemen zouden zijn, deze niet konden worden tegengaan door minder verregaande maatregelen dan de absolute verplichting tot het dragen van een lange, penitentiaire broek. De weigering is onredelijk. De klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager dient klacht in tegen de weigering van de directie om hem tijdens bepaalde bewegingen een korte broek te laten dragen in plaats van een lange penitentiaire broek. Klager draagt een kniebrace. De directie voert aan dat zij eigenhandig heeft vastgesteld dat klager in staat is om een lange broek te dragen over zijn kniebrace. Een uitzondering werd niet nodig geacht. De klachtencommissie brengt de regels over het dragen van eigen kledij en de uitzonderingen daarop in herinnering. De klachtencommissie oordeelt dat, hoewel er geen dwingende medische noodzaak was die voor klager het dragen van een korte broek noodzaakte, er uit een bericht van de Dienst Gezondheidszorg wel bleek dat een kniebrace makkelijker is met een korte broek. De klachtencommissie vindt in het dossier geen enkel argument terug waarom het dragen van een korte broek omwille van de kniebrace niet zou voldoen aan de normen die door een gedwongen samenleven met anderen worden gesteld op het vlak van de hygiƫne, de welvoeglijkheid, de orde of de veiligheid. Bovendien blijkt uit het niets dat, zelfs indien er bepaalde problemen zouden zijn, deze niet konden worden tegengaan door minder verregaande maatregelen dan de absolute verplichting tot het dragen van een lange, penitentiaire broek. De weigering is onredelijk. De klacht is ontvankelijk en gegrond.