Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0116

Ongegrond Onontvankelijk KC - Brugge Klachtencommissie Tucht Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID – TUCHT – BEWIJS

Klager heeft twee klachten.

De eerste klacht is gericht tegen een PBA. Deze zou valse beschuldigingen hebben geuit ten aanzien van klager. Op basis hiervan werd een tuchtprocedure opgestart. De klachtencommissie is enkel bevoegd voor klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur worden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving. De klachtencommissie is van oordeel dat deze eerste klacht gericht is tegen (gedrag van) een PBA. Dit is geen beslissing van de directeur. Deze klacht is niet ontvankelijk.

De tweede klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd omdat hij een PBA beledigde. Klager ontkent grotendeels de feiten en geeft hiervan een andere versie. De klachtencommissie oordeelt dat het louter ontkennen van de feiten of het verschaffen van een eigen verhaal niet altijd voldoende is als overtuigend element om twijfel te doen ontstaan over de juistheid van het RAD. Klager brengt volgens de klachtencommissie geen overtuigende tegenargumenten aan die twijfel doen bestaan over de juistheid van de informatie die werd opgenomen in het RAD. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.