KC05/22-0122
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
Fouille op het lichaam
VORM – TERMIJN – TUCHT – FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – RECHTEN VAN VERDEDIGING
Klager heeft vier klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een tuchtsanctie. Er werden ten aanzien van klager twee RAD opgesteld voor verschillende feiten op verschillende data. De klachtencommissie brengt eerst de principes over de motivering van (tucht)beslissingen in herinnering. Zij stelt in de zaak van klager vast dat één stuk uit de motivering van de tuchtbeslissing degelijk en op geïndividualiseerde wijze werd gemotiveerd. De overige delen van de motivering zijn naar het oordeel van de klachtencommissie echter te vaag en niet geïndividualiseerd; deze druisen in tegen de motiveringsvereisten. Gelet op diverse tegenstrijdige elementen is het voor klager (en de klachtencommissie) onmogelijk om af te leiden voor welke feiten hij werd gesanctioneerd, noch werden specifieke elementen aangehaald die de directie hebben bewogen tot het weerhouden van de inbreuk en het opleggen van de sanctie. Naast de schending van de motiveringsplicht stelt de klachtencommissie bij het opleggen van de tuchtbeslissing nog een schending van de rechten van verdediging van klager vast. In de mededeling van de tuchtprocedure wordt enkel verwezen naar het eerste RAD. Het tweede RAD is van een latere datum. De directeur heeft kennis genomen van dit RAD op dezelfde dag als die waarop de tuchtzitting doorging (om 10u23). Het staat voor de klachtencommissie niet vast dat klager op voorhand in kennis werd gesteld van deze tenlastelegging, dat hij wist dat zij zich hiertegen zou moeten verdedigen en dat hij voldoende tijd heeft gekregen om samen met zijn advocate zijn verweer voor te bereiden. Om al deze redenen is de eerste klacht ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een celcontrole, waarbij schade zou zijn toegebracht aan de cel en persoonlijke voorwerpen. Klager geeft niet aan over welke celcontrole het gaat, noch welke schade zou zijn toegebracht. Klager heeft niet voldaan aan de vereiste om zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden. De tweede klacht is niet ontvankelijk.
De derde klacht is gericht tegen een fouillering op het lichaam van klager van 26 juli 2022. De beslissing werd op dezelfde dag bezorgd aan klager, die tekende voor ontvangst. De klacht werd pas ingediend op 8 augustus 2022. De klacht werd niet ingediend de zevende dag na kennisname van deze beslissing. Klager voerde daarnaast geen redenen aan waaruit blijkt dat hij zijn klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd. De derde klacht is niet ontvankelijk.
De vierde klacht is gericht tegen een fouillering op het lichaam van klager van 1 augustus 2022. De motivering van de beslissing luidt in zijn totaliteit als volgt: “Er werd een jojo via het raam vastgesteld in deze cel”. Deze summiere vermelding is volgens de klachtencommissie geen met redenen omklede beslissing waarin de individuele aanwijzingen worden vermeld dat het onderzoek aan de kledij in het specifieke geval van klager niet volstond voor de handhaving van de orde of de veiligheid. De vierde klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft vier klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een tuchtsanctie. Er werden ten aanzien van klager twee RAD opgesteld voor verschillende feiten op verschillende data. De klachtencommissie brengt eerst de principes over de motivering van (tucht)beslissingen in herinnering. Zij stelt in de zaak van klager vast dat één stuk uit de motivering van de tuchtbeslissing degelijk en op geïndividualiseerde wijze werd gemotiveerd. De overige delen van de motivering zijn naar het oordeel van de klachtencommissie echter te vaag en niet geïndividualiseerd; deze druisen in tegen de motiveringsvereisten. Gelet op diverse tegenstrijdige elementen is het voor klager (en de klachtencommissie) onmogelijk om af te leiden voor welke feiten hij werd gesanctioneerd, noch werden specifieke elementen aangehaald die de directie hebben bewogen tot het weerhouden van de inbreuk en het opleggen van de sanctie. Naast de schending van de motiveringsplicht stelt de klachtencommissie bij het opleggen van de tuchtbeslissing nog een schending van de rechten van verdediging van klager vast. In de mededeling van de tuchtprocedure wordt enkel verwezen naar het eerste RAD. Het tweede RAD is van een latere datum. De directeur heeft kennis genomen van dit RAD op dezelfde dag als die waarop de tuchtzitting doorging (om 10u23). Het staat voor de klachtencommissie niet vast dat klager op voorhand in kennis werd gesteld van deze tenlastelegging, dat hij wist dat zij zich hiertegen zou moeten verdedigen en dat hij voldoende tijd heeft gekregen om samen met zijn advocate zijn verweer voor te bereiden. Om al deze redenen is de eerste klacht ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een celcontrole, waarbij schade zou zijn toegebracht aan de cel en persoonlijke voorwerpen. Klager geeft niet aan over welke celcontrole het gaat, noch welke schade zou zijn toegebracht. Klager heeft niet voldaan aan de vereiste om zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht te vermelden. De tweede klacht is niet ontvankelijk.
De derde klacht is gericht tegen een fouillering op het lichaam van klager van 26 juli 2022. De beslissing werd op dezelfde dag bezorgd aan klager, die tekende voor ontvangst. De klacht werd pas ingediend op 8 augustus 2022. De klacht werd niet ingediend de zevende dag na kennisname van deze beslissing. Klager voerde daarnaast geen redenen aan waaruit blijkt dat hij zijn klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd. De derde klacht is niet ontvankelijk.
De vierde klacht is gericht tegen een fouillering op het lichaam van klager van 1 augustus 2022. De motivering van de beslissing luidt in zijn totaliteit als volgt: “Er werd een jojo via het raam vastgesteld in deze cel”. Deze summiere vermelding is volgens de klachtencommissie geen met redenen omklede beslissing waarin de individuele aanwijzingen worden vermeld dat het onderzoek aan de kledij in het specifieke geval van klager niet volstond voor de handhaving van de orde of de veiligheid. De vierde klacht is ontvankelijk en gegrond.