KC05/22-0134
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – REGIMEMUTATIE – VERMOEDEN VAN ONSCHULD - MOTIVERING
De originele schriftelijke beslissing waarbij klager onder een voorlopige maatregel werd geplaatst ontbreekt in het dossier. Daarnaast werd de voorlopige maatregel opgelegd zonder dat klager zich schuldig maakte aan een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De beslissing was onwettig. De klacht is gegrond.
De tuchtbeslissing is in strijd met het vermoeden van onschuld en de motiveringsplicht. Klager werd schuldig bevonden aan de opzettelijke aantasting van de fysieke en psychische integriteit van personen op basis van een rapport waaruit enkel bleek dat klager zelf slachtoffer was. De klacht is gegrond.
Hoewel de verwijdering uit de drugsvrije afdeling een discretionaire bevoegdheid van de directie betreft, kan de klachtencommissie de redelijkheid van deze beslissing beoordelen. Louter op basis van het feit dat klager door een medegedetineerde werd geduwd ging de directie er zomaar vanuit dat het niet om een eenzijdig conflict ging en besloot zij tot verwijdering van klager uit de drugsvrije afdeling. De klachtencommissie acht deze beslissing niet in verhouding met de vaststellingen en dus disproportioneel. De beslissing wordt vernietigd. Klager wordt opnieuw in de drugsvrije afdeling geplaatst en dient daar ook hersteld te worden in zijn functie van fatik.
De originele schriftelijke beslissing waarbij klager onder een voorlopige maatregel werd geplaatst ontbreekt in het dossier. Daarnaast werd de voorlopige maatregel opgelegd zonder dat klager zich schuldig maakte aan een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De beslissing was onwettig. De klacht is gegrond.
De tuchtbeslissing is in strijd met het vermoeden van onschuld en de motiveringsplicht. Klager werd schuldig bevonden aan de opzettelijke aantasting van de fysieke en psychische integriteit van personen op basis van een rapport waaruit enkel bleek dat klager zelf slachtoffer was. De klacht is gegrond.
Hoewel de verwijdering uit de drugsvrije afdeling een discretionaire bevoegdheid van de directie betreft, kan de klachtencommissie de redelijkheid van deze beslissing beoordelen. Louter op basis van het feit dat klager door een medegedetineerde werd geduwd ging de directie er zomaar vanuit dat het niet om een eenzijdig conflict ging en besloot zij tot verwijdering van klager uit de drugsvrije afdeling. De klachtencommissie acht deze beslissing niet in verhouding met de vaststellingen en dus disproportioneel. De beslissing wordt vernietigd. Klager wordt opnieuw in de drugsvrije afdeling geplaatst en dient daar ook hersteld te worden in zijn functie van fatik.