Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0163

Gegrond Tegemoetkoming KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT – GEÏNTERNEERDE – MOTIVERING – TEGEMOETKOMING

Klaagster, die het statuut heeft van geïnterneerde, heeft klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing. De klachtencommissie brengt, na de uiteenzetting van de totstandkoming van de tuchtsanctie ten aanzien van klaagster, vooreerst in herinnering dat een gedetineerde enkel schuldig kan worden verklaard aan de haar ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur de feiten bewezen acht en de gedetineerde daaraan schuldig acht. Zodoende wordt vereist dat de feiten individueel toerekenbaar zijn. Dit toerekenbaarheidsvraagstuk vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de tuchtinbreuk een geïnterneerde is. De klachtencommissie verwijst hierbij naar een communicatie van het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen van 26 april 2021, waarin wordt gesteld dat in de motivering van de tuchtbeslissing expliciet melding dient te worden gemaakt van de elementen waaruit volgens de directie blijkt dat de feiten aan de betrokken geïnterneerde kunnen worden toegerekend. De toets van toerekenbaarheid van de feiten aan klaagster is in dit specifieke dossier afwezig. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.

Aangezien klaagster de onwettige tuchtsanctie volledig heeft uitgezeten, meent de klachtencommissie dat de gevolgen van de door haar vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt. De klachtencommissie kent aan klaagster een tegemoetkoming toe van één extra ongestoord bezoek, dat moet worden georganiseerd binnen een termijn van twee maanden nadat de directie kennis heeft gekregen van deze beslissing.