KC05/22-0175
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID – GEZONDHEID
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen de griffie, die klager niet zou informeren over zijn detentie. De klachtencommissie is slechts bevoegd voor het behandelen van klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur ten aanzien van een gedetineerde worden genomen. Deze eerste klacht is niet gericht tegen een beslissing van de directeur en is dus niet ontvankelijk.
De tweede klacht is gericht tegen de beslissing van de directie om klager, telkens hij door de metaaldetectie moet, zijn orthopedische schoenen rechtstaand te laten uitdoen. Klager stelt zelf dat hij zijn orthopedische schoenen niet rechtstaand kan uitdoen, maar zittend wel. De directie stelt in haar verweer dat er bij de metaaldetectie meestal een tafel staat waaraan klager zich kan ondersteunen. De klachtencommissie is van oordeel dat het feit dat klager, net zoals andere gedetineerden, op bepaalde tijdstippen en plaatsen door de metaaldetectie moet, op zichzelf genomen niet onwettig, onredelijk of onbillijk is. Zij ziet echter niet in waarom er geen stoel ter beschikking wordt gesteld aan klager op de momenten dat hij door de metaaldetectie moet. Dergelijke oplossing komt zowel tegemoet aan de orde- en veiligheidsverzuchtingen van de directie als aan de problemen die klager ondervindt om zijn schoenen rechtstaand uit te doen. De bestreden beslissing is onredelijk. Deze tweede klacht van klager is dus ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen de griffie, die klager niet zou informeren over zijn detentie. De klachtencommissie is slechts bevoegd voor het behandelen van klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur ten aanzien van een gedetineerde worden genomen. Deze eerste klacht is niet gericht tegen een beslissing van de directeur en is dus niet ontvankelijk.
De tweede klacht is gericht tegen de beslissing van de directie om klager, telkens hij door de metaaldetectie moet, zijn orthopedische schoenen rechtstaand te laten uitdoen. Klager stelt zelf dat hij zijn orthopedische schoenen niet rechtstaand kan uitdoen, maar zittend wel. De directie stelt in haar verweer dat er bij de metaaldetectie meestal een tafel staat waaraan klager zich kan ondersteunen. De klachtencommissie is van oordeel dat het feit dat klager, net zoals andere gedetineerden, op bepaalde tijdstippen en plaatsen door de metaaldetectie moet, op zichzelf genomen niet onwettig, onredelijk of onbillijk is. Zij ziet echter niet in waarom er geen stoel ter beschikking wordt gesteld aan klager op de momenten dat hij door de metaaldetectie moet. Dergelijke oplossing komt zowel tegemoet aan de orde- en veiligheidsverzuchtingen van de directie als aan de problemen die klager ondervindt om zijn schoenen rechtstaand uit te doen. De bestreden beslissing is onredelijk. Deze tweede klacht van klager is dus ontvankelijk en gegrond.