TUCHT
Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie, waarbij hem één week ATV werd opgelegd. Hoewel klager er meerdere keren naar had gevraagd, heeft hij deze tuchtbeslissing pas gekregen op de voorlaatste dag van deze sanctie. De directie acht de klacht van klager gegrond. De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat niet iedere overschrijding van termijnen, zo ook overschrijding van de termijnen van vierentwintig uur waarbij klager mondeling en schriftelijk in kennis moet worden gesteld van de tuchtbeslissing, per definitie tot gevolg heeft dat de genomen tuchtbeslissing onwettig is.
In de specifieke zaak van klager is de tuchtbeslissing echter wel onwettig. Zo werd hij op 10 november 2022 in afzondering geplaatst. Uit meldingsverslagen van 11 november 2022 blijkt dat klager nadrukkelijk en meerdere keren gevraagd had om de tuchtbeslissing overhandigd te krijgen op basis waarvan hij in ATV werd geplaatst. Pas op 14 november 2022, zijnde de voorlaatste dag van een sanctie van één week ATV, werd klager schriftelijk in kennis gesteld van de tuchtbeslissing. Op diezelfde dag beëindigde de directie de tuchtsanctie van klager, wat naar eigen zeggen één dag vroeger was dan het formele einde van deze sanctie. Zodoende heeft klager – minstens op één dag na – een volledige tuchtsanctie ATV uitgezeten zonder dat blijkt dat hij kennis had van de concrete motieven en overwegingen die aanleiding hebben gegeven tot deze sanctie en niettegenstaande hij hiernaar meerdere keren expliciet had gevraagd tijdens de uitvoering van deze tuchtsanctie. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie, waarbij hem één week ATV werd opgelegd. Hoewel klager er meerdere keren naar had gevraagd, heeft hij deze tuchtbeslissing pas gekregen op de voorlaatste dag van deze sanctie. De directie acht de klacht van klager gegrond. De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat niet iedere overschrijding van termijnen, zo ook overschrijding van de termijnen van vierentwintig uur waarbij klager mondeling en schriftelijk in kennis moet worden gesteld van de tuchtbeslissing, per definitie tot gevolg heeft dat de genomen tuchtbeslissing onwettig is.
In de specifieke zaak van klager is de tuchtbeslissing echter wel onwettig. Zo werd hij op 10 november 2022 in afzondering geplaatst. Uit meldingsverslagen van 11 november 2022 blijkt dat klager nadrukkelijk en meerdere keren gevraagd had om de tuchtbeslissing overhandigd te krijgen op basis waarvan hij in ATV werd geplaatst. Pas op 14 november 2022, zijnde de voorlaatste dag van een sanctie van één week ATV, werd klager schriftelijk in kennis gesteld van de tuchtbeslissing. Op diezelfde dag beëindigde de directie de tuchtsanctie van klager, wat naar eigen zeggen één dag vroeger was dan het formele einde van deze sanctie. Zodoende heeft klager – minstens op één dag na – een volledige tuchtsanctie ATV uitgezeten zonder dat blijkt dat hij kennis had van de concrete motieven en overwegingen die aanleiding hebben gegeven tot deze sanctie en niettegenstaande hij hiernaar meerdere keren expliciet had gevraagd tijdens de uitvoering van deze tuchtsanctie. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.