Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0200

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Andere beslissing directeur
VRIJE TIJD – GEZONDHEID

Klager heeft klacht ingediend tegen het feit dat hij sinds een bepaalde datum niet langer gebruik mag maken van zijn rolstoel. Klager heeft echter een handicap (hij heeft maar één been) en heeft deze rolstoel nodig. Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht, had de directeur naar het oordeel van de klachtencommissie ten aanzien van klager, gelet op de toepasselijke mensenrechtelijke standaarden, de plicht om, met de nodige zorgvuldigheid, toe te zien op het gegeven dat klager een rolstoel ter beschikking had. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie onvoldoende maatregelen heeft genomen en onvoldoende zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd om ervoor te zorgen dat voor klager in detentieomstandigheden werd voorzien waarmee werd tegemoetgekomen aan zijn bijzondere noden. Concreet werd verzuimd om de duidelijke beslissing te nemen dat klager zijn rolstoel op alle momenten, zo ook tijdens de wandeling, mocht gebruiken, minstens om toe te zien op de correcte uitvoering van een dergelijke beslissing. De klachtencommissie stelt vast dat klager op de zitting (1 februari 2023) immers opmerkte dat hij na een bepaalde tussenkomst van de directie dan wel zijn rolstoel heeft teruggekregen, maar dat hij deze daarna echter nog steeds niet mocht gebruiken op de wandeling. De directie bevestigde ter zitting dat er geen enkele reden was of is waarom klager deze rolstoel niet ook op de wandeling zou mogen gebruiken. Ook de klachtencommissie ziet hiertoe geen enkele reden. De klacht is dus ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie neemt akte van de bevestiging van de directie dat klager zijn rolstoel mag gebruiken, ook op de wandeling.