Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0038

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – SUBSIDIARITEIT – GEÏNTERNEERDE

Klaagster, die het statuut van geïnterneerde persoon heeft, diende klacht in tegen een beslissing tot fouillering op haar lichaam. De klachtencommissie brengt de principes van fouilleringen op het lichaam in herinnering. Zij benadrukt vooreerst dat een fouillering op het lichaam kan indien er individuele aanwijzingen zijn dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De motivering van de bestreden beslissing luidt: “vermoeden van het meesmokkelen van een aansteker”. Uit deze summiere vermelding blijkt naar het oordeel van de klachtencommissie geenszins waarom in het specifieke geval van klaagster een fouillering op haar lichaam gerechtvaardigd was.

De klachtencommissie stelt vervolgens dat uit de door de Basiswet vereiste individuele aanwijzingen voortvloeit dat een fouillering op het lichaam een subsidiair karakter moet hebben. De fouillering op het lichaam van klaagster voldeed hieraan niet. Zo stelt de klachtencommissie vast dat de directie in het geval van klaagster op zoek was naar een specifiek voorwerp, zijnde een aansteker. Het is voor de klachtencommissie niet duidelijk waarom aan klaagster niet eerst en vooral de vraag werd gesteld of zij al dan niet een aansteker bijhad. De situatie had op deze manier mogelijks al kunnen worden ontmijnd, indien klaagster bv. een bevredigend antwoord had kunnen geven op de vragen van de toezichthoudende beambte. Bovendien had ook eerst nog een fouillering op de kledij moeten worden uitgevoerd. Pas in een laatste fase – en indien dit ook correct had worden gemotiveerd – kon worden overgegaan tot een fouillering op het lichaam van klaagster. De klacht is dus ontvankelijk en gegrond.