Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0056

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT – MOTIVERING – RECHTEN VAN VERDEDIGING

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie. De klachtencommissie brengt vooreerst de relevante principes van de motivering van tuchtsancties in herinnering. Ten aanzien van klager werden twee RAD’s opgesteld. Op basis van het verslag van de tuchtzitting en de tuchtbeslissing zelf kon klager echter onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing. Zeker wanneer verschillende RAD’s worden behandeld, is het fundamenteel dat via de motivering van de tuchtsanctie duidelijk wordt weergegeven welke feiten de directie al dan niet als bewezen heeft beschouwd en op welke wijze zij deze verschillende feiten in aanmerking heeft genomen, bv. bij het bepalen van de aard en de zwaarte van de sanctie. Daarnaast wordt in de motivering van de tuchtbeslissing ook helemaal niets gezegd over een ‘verdachte vloeibare substantie’, waarvoor klager blijkbaar wel ook zou gestraft zijn.

Vervolgens stelt de klachtencommissie ook nog een schending van de rechten van verdediging vast. Hoewel klager werd gehoord op de tuchtzitting over feiten uit een tweede RAD, dat dateert van na de mededeling inzake de tuchtprocedure voor een eerste RAD, staat voor de klachtencommissie niet vast dat klager op voorhand in kennis werd gesteld van deze tenlastelegging en dat hij wist dat hij zich hiertegen op een tuchtzitting zou moeten verdedigen. De directie stelt in haar verweer dat dit op de tuchtzitting werd gevraagd, maar niet werd genoteerd, waardoor dit niet kan worden aangetoond. Zij betwist de gegrondheid van de klacht dus niet en stelde dan ook dat de tuchtsanctie uit het tuchtregister van klager zal worden geschrapt. De klacht is ontvankelijk en gegrond.