Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0100

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – CAMERABEELDEN

Klager heeft drie klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam en de uitvoering daarvan. De klachtencommissie brengt vooreerst de relevante principes over fouilleringen op het lichaam in herinnering. Zij stelt vast dat de beslissing tot fouillering van klager werd bevolen vanuit de overweging dat moest worden uitgesloten dat klager gevaarlijke voorwerpen of verboden voorwerpen in zijn bezit had. In de bestreden beslissing tot fouillering geeft de directie geen enkele individuele aanwijzing waarom er in het geval van klager een gevaar bestond dat hij in het bezit zou geweest zijn van dergelijke bepaalde gevaarlijk geachte voorwerpen. Wat betreft vervolgens de uitvoering van de fouillering, stelt de klachtencommissie vast dat klager naar een strafcel/beveiligde cel moest worden gebracht, om aldaar te worden gefouilleerd op zijn lichaam. Dat dit de enige mogelijk plek zou geweest zijn gelet op het feit dat een beweging voor de wandeling aan de gang was, zoals de directie meedeelde op de tuchtzitting, acht de klachtencommissie niet aannemelijk. Deze plaatsing werd bovendien aangewend als motivering voor het uitvoeren van de fouillering op het lichaam. De klachtencommissie is van mening dat de fouillering op het lichaam van klager niet heeft plaatsgevonden met eerbiediging van zijn waardigheid. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Er is naar het oordeel van de klachtencommissie niet aangetoond dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid voorhanden was waardoor een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte van klager als voorlopige maatregel kon worden opgelegd. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.

De derde klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van tien dagen individuele wandeling wegens een tuchtinbreuk van tweede categorie (het geen gevolg geven aan de bevelen en aanmaningen van het personeel). De klachtencommissie stelt vast dat klager en zijn advocate op de tuchtzitting hadden gevraagd om de camerabeelden te bekijken. Zij stelt vervolgens vast dat de directie nergens heeft gemotiveerd waarom zij het bekijken van de camerabeelden niet noodzakelijk achtte. Noch in de tuchtbeslissing zelf, noch in het verweer, wordt enige reden vermeld waarom de door klager en diens advocate aangebrachte elementen in die mate ongeloofwaardig waren dat het bekijken van de camerabeelden niet noodzakelijk was. Er zijn in het dossier bovendien ook tegenstrijdigheden en onduidelijkheden die naar het oordeel van de klachtencommissie gerede twijfel oproepen met betrekking tot de juistheid van de in het RAD opgenomen zaken. Gelet op het gebrek aan motivering met betrekking tot het al dan niet bekijken van de camerabeelden, staat voor de klachtencommissie niet vast dat de directie in de tuchtprocedure aan zorgvuldige feitenvinding heeft gedaan. Deze derde klacht is ontvankelijk en gegrond.