KC05/23-0103
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. In de bestreden beslissing werden de volgende individuele aanwijzingen als motivering vermeld: “om uit te sluiten, na een fysieke agressie naar celgenoot, dat gedetineerde in het bezit zou zijn van verboden wapens of substanties”. In haar verweer stelt de directie nog dat klager naar aanleiding van fysieke agressie naar zijn celgenoot in de veiligheidscel werd geplaatst en hij, om uit te sluiten dat hij in het bezit zou zijn van verboden wapens of substanties, aan een fouillering op het lichaam werd onderworpen. In lijn met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof is de klachtencommissie van oordeel dat de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel op zichzelf staand, zonder bijkomend (concreet) element van een gevaar voor de orde of de veiligheid, geen individuele aanwijzing is die een fouillering op het lichaam kan rechtvaardigen. Het is niet toegelaten om een fouillering op het lichaam te bevelen louter omwille van de plaatsing van een gedetineerde in een beveiligde cel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde in kwestie daartoe aanleiding geeft. In de bestreden beslissing tot fouillering geeft de directie geen individuele aanwijzing(en) waarom er in het geval van klager een gevaar bestond dat hij in het bezit zou geweest zijn van ‘verboden wapens of substanties’. Waarom de fysieke agressie ook een fouillering op het lichaam rechtvaardigde of waarom uit de fysieke agressie een risico werd afgeleid dat klager ‘verboden wapens of substanties’ bij zich zou hebben, wordt nergens verduidelijkt noch geconcretiseerd. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een bepaalde beambte, naar aanleiding van een gesprek dat of discussie die klager met deze beambte heeft gehad over zijn rechten in de gevangenis. Dit is echter geen beslissing door of namens de directeur, noch het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen. Deze tweede klacht is niet ontvankelijk.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. In de bestreden beslissing werden de volgende individuele aanwijzingen als motivering vermeld: “om uit te sluiten, na een fysieke agressie naar celgenoot, dat gedetineerde in het bezit zou zijn van verboden wapens of substanties”. In haar verweer stelt de directie nog dat klager naar aanleiding van fysieke agressie naar zijn celgenoot in de veiligheidscel werd geplaatst en hij, om uit te sluiten dat hij in het bezit zou zijn van verboden wapens of substanties, aan een fouillering op het lichaam werd onderworpen. In lijn met de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof is de klachtencommissie van oordeel dat de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel op zichzelf staand, zonder bijkomend (concreet) element van een gevaar voor de orde of de veiligheid, geen individuele aanwijzing is die een fouillering op het lichaam kan rechtvaardigen. Het is niet toegelaten om een fouillering op het lichaam te bevelen louter omwille van de plaatsing van een gedetineerde in een beveiligde cel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde in kwestie daartoe aanleiding geeft. In de bestreden beslissing tot fouillering geeft de directie geen individuele aanwijzing(en) waarom er in het geval van klager een gevaar bestond dat hij in het bezit zou geweest zijn van ‘verboden wapens of substanties’. Waarom de fysieke agressie ook een fouillering op het lichaam rechtvaardigde of waarom uit de fysieke agressie een risico werd afgeleid dat klager ‘verboden wapens of substanties’ bij zich zou hebben, wordt nergens verduidelijkt noch geconcretiseerd. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een bepaalde beambte, naar aanleiding van een gesprek dat of discussie die klager met deze beambte heeft gehad over zijn rechten in de gevangenis. Dit is echter geen beslissing door of namens de directeur, noch het verzuim of de weigering om een beslissing te nemen. Deze tweede klacht is niet ontvankelijk.