KC05/23-0119
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
Geen beslissing directeur
Ordemaatregel
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – TUCHT – ARBEID – ONTSLAG – CELMUTATIE – GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID
Klaagster heeft zes klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. Deze beslissing werd gemotiveerd als volgt: “Bij een sweepingcontrole is ter hoogte van cel [nr.] van betrokkene, een sterk signaal waargenomen”. De klachtencommissie ziet niet in hoe uit deze motivering blijkt dat er individuele aanwijzingen voorhanden waren dat een fouillering op de kledij van klaagster niet had volstaan. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie (een berisping) wegens het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Klaagster is het niet eens met deze tuchtbeslissing omdat de directie naar een voorval met de dochter van klaagster van enkele weken daarvoor had verwezen. De klachtencommissie kan op basis van het verslag van de tuchtzitting niet vaststellen of er op deze zitting iets werd gezegd over dit voorval. De tuchtzitting ging louter over goederen op cel die niet op de fiche van klaagster vermeld stonden. Het is niet aangetoond dat de sanctionering van klaagster met een berisping door enig ander element zou zijn ingegeven dan de – door haar toegegeven – niet-naleving van het huishoudelijk reglement. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen het verzuim van de directie om een aangifte van een arbeidsongeval van klaagster in te vullen en over te maken aan de Regie van de Gevangenisarbeid. De directie heeft de verplichting om binnen de veertien dagen na de ontvangst van een aangifte van een ongeval de vervolledigde aangifte, vergezeld van een medisch getuigschrift en eventuele opmerkingen, over te maken aan de Regie van de Gevangenisarbeid. De klachtencommissie stelt vast dat er door de directie minstens al veertig dagen werd verzuimd om de aangifte van klaagster met betrekking tot haar arbeidsongeval over te maken aan de Regie van de Gevangenisarbeid. Dit betreft een beklagenswaardig verzuim. Deze derde klacht is in ieder geval ontvankelijk. Uit het niet nemen van de beslissing binnen de (wettelijke) termijn van veertien dagen vloeit onmiddellijk ook de gegrondheid van deze klacht voort. Er blijkt uit het dossier geen enkele reden waarom de aangifte niet aan de Regie van de Gevangenisarbeid kon worden bezorgd. Deze derde klacht is ontvankelijk en gegrond.
De vierde klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klaagster tijdelijk werd afgezet van haar werk. De klachtencommissie wijst op de chronologie en totstandkoming van de bestreden ordemaatregel. Hieruit blijkt dat klaagster één maand na een eerdere ordemaatregel, waarbij ze werd afgezet van een andere functie, op basis van hetzelfde voorval nogmaals een ordemaatregel kreeg, waarbij ze tijdelijk werd afgezet van een bepaalde functie. Dit tweede ontslag gebeurde bovendien op exact dezelfde dag als deze waarop klaagster een tuchtsanctie kreeg, zij het voor andere feiten. Deze vierde klacht is ontvankelijk en gegrond.
De vijfde klacht is gericht tegen het verzuim van de directie om een beslissing te nemen over een interne mutatie van klaagster. De klachtencommissie stelt op basis van de voor haar beschikbare informatie vast dat er geen beslissing voorhanden is met betrekking tot de vraag van klaagster om te worden gemuteerd naar afdeling 54B. Er is de klachtencommissie geen reden bekend waarom het antwoord op deze (herhaaldelijke gestelde) vraag van klaagster uitblijft. Deze vijfde klacht is ontvankelijk en gegrond.
De zesde klacht gaat over de weigering om klaagster uit te halen voor een medische afspraak. Het inplannen en vastleggen van medische afspraken is naar het oordeel van de klachtencommissie echter een medische aangelegenheid, waarin de gevangenisdirecteur in principe niet tussenkomt. Deze zesde klacht betreft geen beslissing die door of namens de directeur werd genomen, noch een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. Deze zesde klacht is niet ontvankelijk.
Klaagster heeft zes klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam. Deze beslissing werd gemotiveerd als volgt: “Bij een sweepingcontrole is ter hoogte van cel [nr.] van betrokkene, een sterk signaal waargenomen”. De klachtencommissie ziet niet in hoe uit deze motivering blijkt dat er individuele aanwijzingen voorhanden waren dat een fouillering op de kledij van klaagster niet had volstaan. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie (een berisping) wegens het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Klaagster is het niet eens met deze tuchtbeslissing omdat de directie naar een voorval met de dochter van klaagster van enkele weken daarvoor had verwezen. De klachtencommissie kan op basis van het verslag van de tuchtzitting niet vaststellen of er op deze zitting iets werd gezegd over dit voorval. De tuchtzitting ging louter over goederen op cel die niet op de fiche van klaagster vermeld stonden. Het is niet aangetoond dat de sanctionering van klaagster met een berisping door enig ander element zou zijn ingegeven dan de – door haar toegegeven – niet-naleving van het huishoudelijk reglement. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen het verzuim van de directie om een aangifte van een arbeidsongeval van klaagster in te vullen en over te maken aan de Regie van de Gevangenisarbeid. De directie heeft de verplichting om binnen de veertien dagen na de ontvangst van een aangifte van een ongeval de vervolledigde aangifte, vergezeld van een medisch getuigschrift en eventuele opmerkingen, over te maken aan de Regie van de Gevangenisarbeid. De klachtencommissie stelt vast dat er door de directie minstens al veertig dagen werd verzuimd om de aangifte van klaagster met betrekking tot haar arbeidsongeval over te maken aan de Regie van de Gevangenisarbeid. Dit betreft een beklagenswaardig verzuim. Deze derde klacht is in ieder geval ontvankelijk. Uit het niet nemen van de beslissing binnen de (wettelijke) termijn van veertien dagen vloeit onmiddellijk ook de gegrondheid van deze klacht voort. Er blijkt uit het dossier geen enkele reden waarom de aangifte niet aan de Regie van de Gevangenisarbeid kon worden bezorgd. Deze derde klacht is ontvankelijk en gegrond.
De vierde klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klaagster tijdelijk werd afgezet van haar werk. De klachtencommissie wijst op de chronologie en totstandkoming van de bestreden ordemaatregel. Hieruit blijkt dat klaagster één maand na een eerdere ordemaatregel, waarbij ze werd afgezet van een andere functie, op basis van hetzelfde voorval nogmaals een ordemaatregel kreeg, waarbij ze tijdelijk werd afgezet van een bepaalde functie. Dit tweede ontslag gebeurde bovendien op exact dezelfde dag als deze waarop klaagster een tuchtsanctie kreeg, zij het voor andere feiten. Deze vierde klacht is ontvankelijk en gegrond.
De vijfde klacht is gericht tegen het verzuim van de directie om een beslissing te nemen over een interne mutatie van klaagster. De klachtencommissie stelt op basis van de voor haar beschikbare informatie vast dat er geen beslissing voorhanden is met betrekking tot de vraag van klaagster om te worden gemuteerd naar afdeling 54B. Er is de klachtencommissie geen reden bekend waarom het antwoord op deze (herhaaldelijke gestelde) vraag van klaagster uitblijft. Deze vijfde klacht is ontvankelijk en gegrond.
De zesde klacht gaat over de weigering om klaagster uit te halen voor een medische afspraak. Het inplannen en vastleggen van medische afspraken is naar het oordeel van de klachtencommissie echter een medische aangelegenheid, waarin de gevangenisdirecteur in principe niet tussenkomt. Deze zesde klacht betreft geen beslissing die door of namens de directeur werd genomen, noch een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. Deze zesde klacht is niet ontvankelijk.