KC05/23-0171
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Brugge
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL – MOTIVERING – TEGEMOETKOMING
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht (KC05/23-0163) is gericht tegen het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie wijst erop dat een bijzondere veiligheidsmaatregel onder geen voorwendsel het karakter mag hebben van een tuchtsanctie, ook al zou zij genomen worden op grond van feiten die tevens aanleiding kunnen geven tot tuchtsancties. De klachtencommissie is van oordeel dat de bijzondere veiligheidsmaatregel in het dossier van klager werd opgelegd vanuit een bestraffend oogmerk. Zo ziet de klachtencommissie niet in waarom er in eerste instantie een tuchtprocedure werd opgestart, maar dan wel al tijdens de tuchtzitting zelf werd vermeld dat de directie klager graag “onder een maatregel wil plaatsen”. Uit de beschikbare documenten en de daarin gehanteerde formuleringen blijkt dat de directie klager duidelijk schuldig achtte aan bepaalde tuchtinbreuken. Daarenboven werd klager gehoord in het kader van een tuchtprocedure, met bijstand van zijn advocaat, maar het verslag van deze tuchtzitting werd geknipt en geplakt in het modelformulier voor het horen van een gedetineerde in het kader van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Dit draagt bij aan het oordeel van de klachtencommissie dat de veiligheidsmaatregel een bestraffend karakter had. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht (KC05/23-0171) is gericht tegen de eerste verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel. Deze eerste verlenging is gebaseerd op een initieel onwettige beslissing. Hoewel een beslissing tot verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel enerzijds een nieuwe, afzonderlijke beslissing is (die bv. ook afzonderlijk kan worden aangevochten bij de klachtencommissie), betreft het anderzijds en tezelfdertijd ook de verlenging van een alreeds bestaande maatregel. Een onwettige beslissing kan niet rechtsgeldig worden verlengd. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
De klachtencommissie meent dat de gevolgen van de vernietigde beslissingen uit de eerste klacht en tweede klacht niet ongedaan kunnen worden gemaakt. Zij kent aan klager de tegemoetkoming toe van drie extra bezoeken, die moeten worden georganiseerd binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van deze beslissing aan de directie.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht (KC05/23-0163) is gericht tegen het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie wijst erop dat een bijzondere veiligheidsmaatregel onder geen voorwendsel het karakter mag hebben van een tuchtsanctie, ook al zou zij genomen worden op grond van feiten die tevens aanleiding kunnen geven tot tuchtsancties. De klachtencommissie is van oordeel dat de bijzondere veiligheidsmaatregel in het dossier van klager werd opgelegd vanuit een bestraffend oogmerk. Zo ziet de klachtencommissie niet in waarom er in eerste instantie een tuchtprocedure werd opgestart, maar dan wel al tijdens de tuchtzitting zelf werd vermeld dat de directie klager graag “onder een maatregel wil plaatsen”. Uit de beschikbare documenten en de daarin gehanteerde formuleringen blijkt dat de directie klager duidelijk schuldig achtte aan bepaalde tuchtinbreuken. Daarenboven werd klager gehoord in het kader van een tuchtprocedure, met bijstand van zijn advocaat, maar het verslag van deze tuchtzitting werd geknipt en geplakt in het modelformulier voor het horen van een gedetineerde in het kader van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Dit draagt bij aan het oordeel van de klachtencommissie dat de veiligheidsmaatregel een bestraffend karakter had. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht (KC05/23-0171) is gericht tegen de eerste verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel. Deze eerste verlenging is gebaseerd op een initieel onwettige beslissing. Hoewel een beslissing tot verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel enerzijds een nieuwe, afzonderlijke beslissing is (die bv. ook afzonderlijk kan worden aangevochten bij de klachtencommissie), betreft het anderzijds en tezelfdertijd ook de verlenging van een alreeds bestaande maatregel. Een onwettige beslissing kan niet rechtsgeldig worden verlengd. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
De klachtencommissie meent dat de gevolgen van de vernietigde beslissingen uit de eerste klacht en tweede klacht niet ongedaan kunnen worden gemaakt. Zij kent aan klager de tegemoetkoming toe van drie extra bezoeken, die moeten worden georganiseerd binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van deze beslissing aan de directie.