Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0190

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES

Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie van tien dagen ATV wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Er werden ten aanzien van klager twee RAD’s opgesteld, enerzijds wegens het roken van een verboden substantie op het toilet en anderzijds wegens het aantreffen van een verboden substantie in de frigo op de cel die klager deelde met enkele celgenoten. Vooreerst acht de klachtencommissie het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie klager schuldig achtte aan en ook bestrafte met tien dagen ATV voor de feiten die in het RAD over het roken van de substantie op het toilet waren opgenomen. Dit RAD is uitgebreid en nauwkeurig opgesteld. Het vermeldt bovendien op gedetailleerde wijze de vaststellingen van de beambte en welke handelingen de verschillende betrokken gedetineerden, zo ook klager, stelden. Uit het verweer van de directie blijkt vervolgens dat zij klager niet schuldig achtte aan de feiten die waren opgenomen in het RAD over het aantreffen van een verboden substantie in de frigo. Dit blijkt echter nergens uit de tuchtbeslissing. Ook wanneer de directie een gedetineerde niet schuldig acht aan (bepaalde) feiten die hem tuchtrechtelijk ten laste worden gelegd, dient zij dit in de tuchtbeslissing op te nemen. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en stelt haar beslissing in de plaats.