KC05/23-0248
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
SCHADE
De klacht is gericht tegen het verzuim van de directie om een schadedossier op te stellen over de verdwijning van enkele goederen van klager. De klachtencommissie wijst in dit kader op de in Collectieve Brief nr. 133 uiteengezette procedure. De klachtencommissie stelt vast dat klager voldoende heeft aangetoond dat hij aan de directie te kennen heeft gegeven dat hij zijn goederen terug wenste (of, indien ze verdwenen waren, hij hiervoor vergoed wenste te worden). Het is naar het oordeel van de klachtencommissie de plicht van de directie om een gedetineerde (en diens raadsman) terstond een in bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 bedoeld formulier ter beschikking te stellen, zodra duidelijk is dat de gedetineerde vergoed wenst te worden voor door hem geleden schade.
De directie had in dit dossier de verplichting om een schadedossier op te stellen voor de niet-teruggevonden goederen van klager. Zelfs indien de directie meende dat DG EPI niet verantwoordelijk zou kunnen gehouden worden voor deze schade, wijst de klachtencommissie erop dat deze beoordeling toekomt aan de DJO. Er is in dit dossier sprake van een beklagwaardig verzuim van de directie om een beslissing te nemen tot het opstellen van een schadedossier binnen een redelijke termijn. Uit het vastgestelde verzuim van de directie vloeit onmiddellijk ook de gegrondheid van de klacht voort. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie bepaalt dat de directie, om de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken, gehouden is tot het opstellen van een schadedossier, dat aan de Directie Juridische Ondersteuning dient te worden bezorgd en dit binnen een termijn van één maand na betekening van deze beslissing aan de directie.
De klacht is gericht tegen het verzuim van de directie om een schadedossier op te stellen over de verdwijning van enkele goederen van klager. De klachtencommissie wijst in dit kader op de in Collectieve Brief nr. 133 uiteengezette procedure. De klachtencommissie stelt vast dat klager voldoende heeft aangetoond dat hij aan de directie te kennen heeft gegeven dat hij zijn goederen terug wenste (of, indien ze verdwenen waren, hij hiervoor vergoed wenste te worden). Het is naar het oordeel van de klachtencommissie de plicht van de directie om een gedetineerde (en diens raadsman) terstond een in bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 bedoeld formulier ter beschikking te stellen, zodra duidelijk is dat de gedetineerde vergoed wenst te worden voor door hem geleden schade.
De directie had in dit dossier de verplichting om een schadedossier op te stellen voor de niet-teruggevonden goederen van klager. Zelfs indien de directie meende dat DG EPI niet verantwoordelijk zou kunnen gehouden worden voor deze schade, wijst de klachtencommissie erop dat deze beoordeling toekomt aan de DJO. Er is in dit dossier sprake van een beklagwaardig verzuim van de directie om een beslissing te nemen tot het opstellen van een schadedossier binnen een redelijke termijn. Uit het vastgestelde verzuim van de directie vloeit onmiddellijk ook de gegrondheid van de klacht voort. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie bepaalt dat de directie, om de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken, gehouden is tot het opstellen van een schadedossier, dat aan de Directie Juridische Ondersteuning dient te worden bezorgd en dit binnen een termijn van één maand na betekening van deze beslissing aan de directie.