Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0083

Ongegrond KC - Brugge Klachtencommissie Andere beslissing directeur
BEZOEK – VORMING

Klager heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht gaat over de beslissing van de directie waarbij binnenhuisbezoek tussen klager en een medegedetineerde werd geweigerd. De klachtencommissie wijst erop dat het ‘binnenhuisbezoek’, zijnde het bezoek tussen twee gedetineerden, geen in de Basiswet voorziene vorm van bezoek betreft. Wie binnenhuisbezoek wil in de gevangenis van Brugge van zijn gedetineerde partner dient, wanneer dit een relatie betreft die werd begonnen na de detentie, een duurzame relatie aan te tonen van drie maanden. Dat klager de betrokken medegedetineerde al langer kent en zij in het verleden ook al samen een relatie zouden gehad hebben, toont niet aan dat er op het moment van het aanvragen van het binnenhuisbezoek opnieuw een duurzame (partner)relatie bestond van drie maanden. De bestreden weigering van de directie is wettig, redelijk en billijk. De eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De tweede klacht gaat over de beslissing namens de directie waarbij klager werd uitgesloten van deelname aan de Engelse les. De klachtencommissie vindt de klacht ontvankelijk. Het valt onder de verantwoordelijkheid en zorgplicht van de penitentiaire administratie om aan iedere gedetineerde een zo ruim mogelijke toegang te verlenen tot het geheel van vormingsactiviteiten, zoals onderwijs. Aangezien het de penitentiaire administratie is die zorg draagt voor het verlenen van toegang tot het geheel van vormingsactiviteiten, valt het naar het oordeel van de klachtencommissie ook onder haar (eind)verantwoordelijkheid welke gedetineerden geen (of niet langer) toegang wordt verleend tot bepaalde lessen. De klachtencommissie vindt de klacht echter niet gegrond. Dat op basis van bepaald gedrag dat klager had gesteld in de Engelse les werd beslist om hem uit te sluiten van deze les, is volgens de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Klager werd ook louter de toegang tot de Engelse les ontzegd en niet tot alle andere lessen. Zodoende is niet aangetoond dat door deze beslissing klager geen toegang meer zou hebben tot andere vormingsactiviteiten. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.