Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0118

Ongegrond Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM – TUCHT – REGIMEMUTATIE – ONTSLAG

Klager heeft vier klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam van klager. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Er werd gezien dat betrokkene een poging deed om fraude te plegen tijdens een urine controle. Om uit te sluiten dat betrokkene in het bezit zou zijn van verboden goederen”. De klachtencommissie wijst erop dat het onduidelijk is waarom klager, nadat werd vastgesteld dat hij fraude trachtte te plegen tijdens een urinecontrole, nog aan een fouillering op zijn lichaam moest worden onderworpen. Er wordt niet gemotiveerd welke individuele aanwijzingen er nog bestonden dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. Evenmin wordt gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij in dat specifieke geval niet had volstaan. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van tien dagen ATV wegens twee tuchtinbreuken van eerste categorie, zijnde enerzijds de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en anderzijds de opzettelijke aantasting van de orde. De klachtencommissie acht het feit dat de directie klager schuldig heeft geacht aan de tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee onwettig. Hierover staat niets in de motivering van de tuchtbeslissing. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.

De derde klacht is gericht tegen de verwijdering van klager van de Drugsvrije Afdeling (DVA). De klachtencommissie stelt vast dat klager probeerde te frauderen met een urinetest. Op de DVA wordt gewerkt met een systeem van urinetesten. Door het proberen frauderen met een dergelijke urinetest heeft klager niet op elk ogenblik en zonder problemen een urinetest aanvaard. Dit staat nochtans als voorwaarde vermeld in een door hem ondertekend contract. De overtreding van de vermelde bepaling uit dat contract leidt tot de uitsluiting van een persoon van de DVA. Dat de directie op basis van dit gedrag van klager van oordeel was dat hij niet langer kon verblijven op de DVA, acht de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De vierde klacht is gericht tegen de afzetting van klager van zijn werk. Door het verwijderen van klager van de DVA kon klager niet langer zijn functie uitoefenen op de DVA. Om te werken op de DVA, moet een gedetineerde verblijven op deze afdeling. Een beslissing tot verwijdering van de DVA impliceert dat de van deze afdeling verwijderde gedetineerde in eenzelfde beweging van zijn werk wordt afgezet. De vierde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.