KC05/24-0329
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID - VOORLOPIGE MAATREGEL - ORDEMAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES
De eerste klacht gaat over de beslissing namens de directie van de gevangenis van Brugge waardoor klager tijdens de uitvoering van een voorlopige maatregel niet mocht werken. De tweede klacht gaat over de beslissing van 2 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij klager via ordemaatregel werd verwijderd van de Drugvrije Afdeling (DVA).
Over de eerste klacht (niet werken tijdens voorlopige maatregel):
Zij stelt echter vast dat de klacht gericht is tegen de uitvoering van deze voorlopige maatregel. Normaal gezien impliceert een voorlopige maatregel volgens klager op de sectie waar hij verblijft dat men nog kan werken, maar dit werd ten aanzien van hem geweigerd. De directie stelt in haar verweer dat klager gelijk heeft en de klacht gegrond is. De klachtencommissie ziet geen reden om hierover anders te oordelen. Om deze reden is de eerste klacht gegrond.
Over de tweede klacht (verwijdering van de DVA):
Klager gaat niet akkoord met de ordemaatregel van 2 oktober 2024 waarbij hij werd verwijderd van de DVA.
De directie bevestigt in haar verweer evenwel dat klager inderdaad werd vrijgesproken voor deze feiten en hij hiervoor geen tuchtsanctie kreeg. De directie stelt in haar verweer verder nog dat de ordemaatregel beperkt en onvoldoende werd gemotiveerd. De klachtencommissie ziet geen reden om hierover anders te oordelen.
De klacht is om deze reden gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden ordemaatregel van 2 oktober 2024. Ten gevolge van deze vernietiging dient klager, in zoverre dit nog niet zou gebeurd zijn, onmiddellijk opnieuw naar de DVA te worden gemuteerd.
De eerste klacht gaat over de beslissing namens de directie van de gevangenis van Brugge waardoor klager tijdens de uitvoering van een voorlopige maatregel niet mocht werken. De tweede klacht gaat over de beslissing van 2 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij klager via ordemaatregel werd verwijderd van de Drugvrije Afdeling (DVA).
Over de eerste klacht (niet werken tijdens voorlopige maatregel):
Zij stelt echter vast dat de klacht gericht is tegen de uitvoering van deze voorlopige maatregel. Normaal gezien impliceert een voorlopige maatregel volgens klager op de sectie waar hij verblijft dat men nog kan werken, maar dit werd ten aanzien van hem geweigerd. De directie stelt in haar verweer dat klager gelijk heeft en de klacht gegrond is. De klachtencommissie ziet geen reden om hierover anders te oordelen. Om deze reden is de eerste klacht gegrond.
Over de tweede klacht (verwijdering van de DVA):
Klager gaat niet akkoord met de ordemaatregel van 2 oktober 2024 waarbij hij werd verwijderd van de DVA.
De directie bevestigt in haar verweer evenwel dat klager inderdaad werd vrijgesproken voor deze feiten en hij hiervoor geen tuchtsanctie kreeg. De directie stelt in haar verweer verder nog dat de ordemaatregel beperkt en onvoldoende werd gemotiveerd. De klachtencommissie ziet geen reden om hierover anders te oordelen.
De klacht is om deze reden gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden ordemaatregel van 2 oktober 2024. Ten gevolge van deze vernietiging dient klager, in zoverre dit nog niet zou gebeurd zijn, onmiddellijk opnieuw naar de DVA te worden gemuteerd.