Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0336

Gegrond Onontvankelijk KC - Brugge Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht Geen beslissing directeur Fouille op het lichaam
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - EXTERNE RECHTSPOSITIE - FOUILLE OP HET LICHAAM - TERMIJN - VOORLOPIGE MAATREGEL - UITVOERING - TUCHT

De eerste klacht gaat over de beslissing tot schorsing van klagers uitgaansvergunningen in de gevangenis van Brugge.
De tweede klacht gaat over de beslissing van 4 oktober 2024 van de directie tot fouillering op het lichaam van klager.
De derde klacht gaat over de beslissing van 4 oktober 2024 van de directie waarbij een voorlopige maatregel werd opgelegd ten aanzien van klager.
De vierde klacht gaat over de beslissing van de directie over de wijze van tenuitvoerlegging van twee tuchtsancties ten aanzien van klager.

Over de eerste klacht (schorsing van uitgaansvergunningen):
De klachtencommissie wijst erop dat beslissingen over het schorsen van uitgaansvergunningen worden genomen door de minister van Justitie of diens gemachtigde (de DDB). De directie neemt hierin geen beslissing. De klacht gaat daarnaast in ieder geval ook over de externe rechtspositie van klager, waarvoor de klachtencommissie niet bevoegd is. De eerste klacht is niet ontvankelijk.

Over de tweede klacht (de fouillering op het lichaam):
Klager heeft zijn klacht niet ingediend de zevende dag na deze waarop hij kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing. Hij heeft evenmin enige omstandigheid vermeld waaruit de klachtencommissie zou kunnen afleiden dat hij zijn klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
De tweede klacht is om deze reden niet ontvankelijk.

Over de derde klacht (de voorlopige maatregel):
Klager heeft zijn klacht niet ingediend de zevende dag na deze waarop hij kennis heeft gekregen van de bestreden beslissing. Hij heeft evenmin enige omstandigheid vermeld waaruit de klachtencommissie zou kunnen afleiden dat hij zijn klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
De derde klacht is om deze reden niet ontvankelijk.

Over de vierde klacht (de tenuitvoerlegging van twee tuchtsancties):
Klager beklaagt zich in deze vierde klacht niet over de tuchtbeslissing van 7 oktober 2024 noch over de tuchtbeslissing van 4 oktober 2024, maar wel over de precieze wijze waarop deze beide tuchtsancties gecombineerd ten uitvoer werden gelegd. Op 4 oktober 2024 kreeg klager als sanctie “1 week individuele wandeling, vanaf 05/10/2024 t/m 11/10/2024”. Diezelfde dag werden door klager nieuwe tuchtfeiten gepleegd. Hij werd hiervoor gehoord op de tuchtzitting van 7 oktober 2024 en kreeg diezelfde dag als sanctie “2 weken ATV vanaf 04/10/2024 t/m 18/10/2024 om 13u30, voorlopige maatregel inbegrepen, muv telefoon en videocall”.
De klachtencommissie kan de directie volgen waar zij stelt dat er in dit dossier geen samenloop is en de directie op 7 oktober 2024 wel degelijk een tuchtsanctie van twee weken ATV kon uitspreken ten aanzien van klager. Klager had op 4 oktober 2024 een tuchtzitting om 10u38. Het RAD dat aanleiding heeft gegeven tot de tuchtbeslissing van 7 oktober 2024 dateert van 4 oktober 2024, om 12u58. De nieuwe feiten dateren dus van na de tuchtzitting van 4 oktober 2024.

De klachtencommissie is van oordeel dat deze wijze van tenuitvoerlegging van twee tuchtsancties wettelijk gezien niet mogelijk is. De tenuitvoerlegging van de voorlopige maatregel van 4 oktober 2024 en de tuchtbeslissing van 7 oktober 2024 omvatte zodoende de volledige periode van de tenuitvoerlegging van de eerdere
tuchtbeslissing van 4 oktober 2024. Eén van de aspecten van deze voorlopige maatregel en deze tuchtsanctie betrof het individueel wandelen. Klager zat door het uitzitten van zijn ATV-sanctie dus ook – en gelijktijdig – de tuchtsanctie van de individuele wandeling uit. De klachtencommissie ziet geen enkele wettelijke grondslag op basis waarvan de directie de tenuitvoerlegging van een tuchtsanctie (in dit dossier deze van 4 oktober 2024) kan stopzetten en enkele weken later
(opnieuw) kan laten ingaan. De vierde klacht is om deze reden gegrond.