KC05/24-0355
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Brugge
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - SUBSIDIARITEIT - TEGEMOETKOMING
De klacht gaat over de beslissing van 18 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge tot fouillering op het lichaam van klager.
Dit betreft, zoals klager in zijn klachtenformulier heeft aangehaald, een gelijkaardige situatie als in dossier KC05/24-0265. Ook in dit dossier is de reden tot fouillering op het lichaam van klager dat hij niet zonder signaal door de metaaldetectieportiek kon bij het terugkeren van de wandeling. Klager stelt dat het opnieuw zijn pet was die bij het terugkeren van de wandeling signaal zou gegeven hebben, maar hij opnieuw niet zonder pet door de metaaldetectie mocht om dit aan te tonen. Dat klager de eerste keer met al zijn kleren, inclusief zijn pet, door de metaaldetectie moest, is logisch. Wanneer klager dan een eerste keer signaal geeft, is het eveneens logisch dat de beambten en de directie verder onderzoek naar deze situatie wensen te voeren. De klachtencommissie ziet echter niet in waarom klager een tweede keer niet zonder pet door de metaaldetectie kon. Het is strijdig met de subsidiariteitsgedachte van een fouillering op het lichaam dat niet wordt toegestaan dat klager in een dergelijk geval een tweede keer, maar dan zonder pet, door de metaaldetectie gaat én men de pet tegelijk verder onderzoekt. Indien klager immers zonder pet geen signaal geeft aan de metaaldetectie, is duidelijk dat de pet de oorzaak van het signaal is. Waarom een fouillering op het lichaam in een dergelijk geval dan nog noodzakelijk zou zijn – en welke individuele aanwijzingen daarvoor in dat geval nog zouden bestaan – moet dan individueel worden gemotiveerd. De motivering van de bestreden beslissing biedt echter geen antwoord op bovenstaande vragen. In de beslissing werd niet specifiek uitgelegd welke precieze redenen er bestonden waarom een onderzoek aan de kledij in de situatie van klager niet kon en had volstaan.
De klacht is gegrond.
De klachtencommissie wijst erop dat klager voor de tweede keer een onwettige fouillering op zijn lichaam heeft moeten ondergaan met eenzelfde gebrek in de motivering. Zij kent aan klager daarom als tegemoetkoming een gratis belkrediet van € 30,00 toe.
De klacht gaat over de beslissing van 18 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge tot fouillering op het lichaam van klager.
Dit betreft, zoals klager in zijn klachtenformulier heeft aangehaald, een gelijkaardige situatie als in dossier KC05/24-0265. Ook in dit dossier is de reden tot fouillering op het lichaam van klager dat hij niet zonder signaal door de metaaldetectieportiek kon bij het terugkeren van de wandeling. Klager stelt dat het opnieuw zijn pet was die bij het terugkeren van de wandeling signaal zou gegeven hebben, maar hij opnieuw niet zonder pet door de metaaldetectie mocht om dit aan te tonen. Dat klager de eerste keer met al zijn kleren, inclusief zijn pet, door de metaaldetectie moest, is logisch. Wanneer klager dan een eerste keer signaal geeft, is het eveneens logisch dat de beambten en de directie verder onderzoek naar deze situatie wensen te voeren. De klachtencommissie ziet echter niet in waarom klager een tweede keer niet zonder pet door de metaaldetectie kon. Het is strijdig met de subsidiariteitsgedachte van een fouillering op het lichaam dat niet wordt toegestaan dat klager in een dergelijk geval een tweede keer, maar dan zonder pet, door de metaaldetectie gaat én men de pet tegelijk verder onderzoekt. Indien klager immers zonder pet geen signaal geeft aan de metaaldetectie, is duidelijk dat de pet de oorzaak van het signaal is. Waarom een fouillering op het lichaam in een dergelijk geval dan nog noodzakelijk zou zijn – en welke individuele aanwijzingen daarvoor in dat geval nog zouden bestaan – moet dan individueel worden gemotiveerd. De motivering van de bestreden beslissing biedt echter geen antwoord op bovenstaande vragen. In de beslissing werd niet specifiek uitgelegd welke precieze redenen er bestonden waarom een onderzoek aan de kledij in de situatie van klager niet kon en had volstaan.
De klacht is gegrond.
De klachtencommissie wijst erop dat klager voor de tweede keer een onwettige fouillering op zijn lichaam heeft moeten ondergaan met eenzelfde gebrek in de motivering. Zij kent aan klager daarom als tegemoetkoming een gratis belkrediet van € 30,00 toe.