KC05/24-0364
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Brugge
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - UITVOERING - TEGEMOETKOMING
Over de eerste klacht betreffende de beslissing tot fouillering op het lichaam:
In haar verweer stelt de directie dat de fouillering niet concreet en specifiek werd gemotiveerd. Zij wenste klager geen informatie te bezorgen waardoor hij zich beter zou kunnen wapenen tegen het binnenbrengen van verboden substanties. Het wordt dus niet betwist dat de bestreden beslissing onvoldoende werd gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat uit het dossier niet blijkt dat de directie gebruik heeft gemaakt van de uitzondering op de motiveringsplicht in artikel 8 Basiswet en het daartoe bestemde register. Indien de directie meende dat het motiveren van de beslissing tot fouillering op het lichaam van klager de veiligheid ernstig in gevaar zou hebben gebracht, zoals blijkt uit haar verweer, had zij gebruik moeten maken van de uitzondering uit artikel 8 Basiswet. De eerste klacht is om deze reden gegrond.
Over de tweede klacht betreffende de uitvoering van de beslissing tot fouillering op het lichaam:
Klager beklaagt zich over het feit dat hij volledig naakt werd ‘overlopen’, zonder dat hij iets kreeg. De klacht is naar het oordeel van de klachtencommissie gericht tegen het feit dat klager tijdens de uitvoering van de fouillering op zijn lichaam geen handdoek kreeg. De directie voerde louter een verweer met betrekking tot de eerste klacht. De klachtencommissie acht het zodoende voldoende aannemelijk gemaakt door klager dat de uitvoering van de fouillering verlopen is zoals hij heeft beschreven. De tweede klacht is om deze reden gegrond.
Zij kent aan klager, voor beide klachten samen, een tegemoetkoming toe van € 15,00 belkrediet.
Over de eerste klacht betreffende de beslissing tot fouillering op het lichaam:
In haar verweer stelt de directie dat de fouillering niet concreet en specifiek werd gemotiveerd. Zij wenste klager geen informatie te bezorgen waardoor hij zich beter zou kunnen wapenen tegen het binnenbrengen van verboden substanties. Het wordt dus niet betwist dat de bestreden beslissing onvoldoende werd gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat uit het dossier niet blijkt dat de directie gebruik heeft gemaakt van de uitzondering op de motiveringsplicht in artikel 8 Basiswet en het daartoe bestemde register. Indien de directie meende dat het motiveren van de beslissing tot fouillering op het lichaam van klager de veiligheid ernstig in gevaar zou hebben gebracht, zoals blijkt uit haar verweer, had zij gebruik moeten maken van de uitzondering uit artikel 8 Basiswet. De eerste klacht is om deze reden gegrond.
Over de tweede klacht betreffende de uitvoering van de beslissing tot fouillering op het lichaam:
Klager beklaagt zich over het feit dat hij volledig naakt werd ‘overlopen’, zonder dat hij iets kreeg. De klacht is naar het oordeel van de klachtencommissie gericht tegen het feit dat klager tijdens de uitvoering van de fouillering op zijn lichaam geen handdoek kreeg. De directie voerde louter een verweer met betrekking tot de eerste klacht. De klachtencommissie acht het zodoende voldoende aannemelijk gemaakt door klager dat de uitvoering van de fouillering verlopen is zoals hij heeft beschreven. De tweede klacht is om deze reden gegrond.
Zij kent aan klager, voor beide klachten samen, een tegemoetkoming toe van € 15,00 belkrediet.