Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0382

Ongegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT - CELMUTATIE - ONTSLAG - ARBEID

Wat betreft de eerste klacht omtrent de tuchtbeslissing:
In de bestreden tuchtbeslissing werden drie tuchtinbreuken van eerste categorie aangekruist, zijnde ten eerste de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, ten tweede de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en ten derde de opzettelijke aantasting van de orde. Klager kreeg als sanctie één week ATV. De klachtencommissie vindt de tuchtbeslissing op basis van de motivering niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De klachtencommissie stelt vervolgens vast dat klager schuldig werd geacht aan drie tuchtinbreuken van eerste categorie. In de tuchtbeslissing wordt louter vermeld dat klager ‘beledigingen’ heeft geuit ten aanzien van een beambte. Het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, betreft echter een tuchtinbreuk van tweede categorie. De eerste klacht is niet gegrond.

Wat betreft de tweede klacht omtrent het ontslag en de derde klacht omtrent de interne mutatie:
De klachtencommissie vindt de bestreden ordemaatregel niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Zoals verder blijkt, acht zij de interne mutatie van klager naar een gesloten sectie niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Het is ten gevolge van deze interne mutatie dat klager ook werd ontslagen, aangezien hij door deze mutatie niet langer kan werken in de keuken. Om te werken in de keuken, dient men immers op de opendeursectie 38B te verblijven. De tweede klacht is niet gegrond.