KC05/25-0127
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - BEZOEK
- Wat betreft de klacht over het ongestoord bezoek
De Basiswet bepaalt dat het inrichtingshoofd er zorg voor draagt dat het (ongestoord) bezoek kan plaatsvinden in omstandigheden die de banden met het affectief milieu in stand houden of bevorderen. De klachtencommissie leidt uit deze bepaling af dat het inrichtingshoofd – en dus de directeur – a fortiori er zorg voor moet dragen dat (ongestoord) bezoek überhaupt kan plaatsvinden. Daarnaast is het slechts de directeur die het (ongestoord) bezoek in bepaalde omstandigheden kan weigeren.
De beslissing om klager zijn partner uiteindelijk niet tot een gereserveerd ongestoord bezoek toe te laten, werd feitelijk genomen door een penitentiair beambte. De klachtencommissie is van oordeel dat de weigering van het ongestoord bezoek van klager gelet op bovenstaande minstens een beslissing namens de directeur betreft. Deze beslissing is vatbaar voor beklag.
In voorliggend dossier heeft een personeelslid de doorgang van het bezoek geweigerd. Dit ontkent de directie niet in haar verweer. Ze stelt dat er geen regels zijn die stellen dat ongestoord bezoek niet zou kunnen doorgaan aansluitend aan tafelbezoek, en dat dit naar aanleiding van dit voorval ook duidelijk werd gecommuniceerd. Er werd ook in een compensatie voor klager voorzien. De directie erkent op deze manier dus dat de doorgang van het ongestoord bezoek onterecht werd geweigerd.
Volgens de Basiswet kan enkel de directie ongestoord bezoek (tijdelijk) weigeren. Een feitelijke weigering van een beambte om de partner van klager toe te laten tot het bezoek, is in strijd met de Basiswet en is dus onwettig.
De klacht is aldus gegrond.
- Wat betreft de klacht over de naaktfouille
De bestreden beslissing van 5 april 2025 werd als volgt gemotiveerd: “Betrokkene stak iets in zijn broekzak”.
De klachtencommissie meent dat de motivering zeer summier en beperkt is. Hoewel er wordt verwezen naar een aanwijzing van het bezit van een voorwerp (“iets”), motiveert de directie op geen enkele manier waarom een fouillering aan de kledij niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit was van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties. Een onderzoek aan het lichaam heeft nochtans een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. Er moet immers voor ogen gehouden worden dat een fouille op het lichaam steeds subsidiair is. Wanneer er andere minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken (bijvoorbeeld voor het vinden van bepaalde goederen), moet men eerst deze uitputten. De wet bepaalt niet dat men voor de fouille op het lichaam eerst een fouille op de kledij doet. Wanneer een minder ingrijpende methode, zoals bijvoorbeeld een fouille op de kledij, niet volstaat, moet men echter wel motiveren waarom dat zo is. De motivering voldoet niet aan dit aspect. Dat de directie dit in haar verweer wel verder uiteenzet, doet hieraan niets af. De klachtencommissie acht de motivering van de noodzaak van een fouillering op het lichaam als ontoereikend. In het licht van de motiveringsplicht die op de directie rust, beoordeelt zij de beslissing tot fouillering op het lichaam aldus als onwettig.
De klacht is om deze reden gegrond.
- Wat betreft de klacht over het ongestoord bezoek
De Basiswet bepaalt dat het inrichtingshoofd er zorg voor draagt dat het (ongestoord) bezoek kan plaatsvinden in omstandigheden die de banden met het affectief milieu in stand houden of bevorderen. De klachtencommissie leidt uit deze bepaling af dat het inrichtingshoofd – en dus de directeur – a fortiori er zorg voor moet dragen dat (ongestoord) bezoek überhaupt kan plaatsvinden. Daarnaast is het slechts de directeur die het (ongestoord) bezoek in bepaalde omstandigheden kan weigeren.
De beslissing om klager zijn partner uiteindelijk niet tot een gereserveerd ongestoord bezoek toe te laten, werd feitelijk genomen door een penitentiair beambte. De klachtencommissie is van oordeel dat de weigering van het ongestoord bezoek van klager gelet op bovenstaande minstens een beslissing namens de directeur betreft. Deze beslissing is vatbaar voor beklag.
In voorliggend dossier heeft een personeelslid de doorgang van het bezoek geweigerd. Dit ontkent de directie niet in haar verweer. Ze stelt dat er geen regels zijn die stellen dat ongestoord bezoek niet zou kunnen doorgaan aansluitend aan tafelbezoek, en dat dit naar aanleiding van dit voorval ook duidelijk werd gecommuniceerd. Er werd ook in een compensatie voor klager voorzien. De directie erkent op deze manier dus dat de doorgang van het ongestoord bezoek onterecht werd geweigerd.
Volgens de Basiswet kan enkel de directie ongestoord bezoek (tijdelijk) weigeren. Een feitelijke weigering van een beambte om de partner van klager toe te laten tot het bezoek, is in strijd met de Basiswet en is dus onwettig.
De klacht is aldus gegrond.
- Wat betreft de klacht over de naaktfouille
De bestreden beslissing van 5 april 2025 werd als volgt gemotiveerd: “Betrokkene stak iets in zijn broekzak”.
De klachtencommissie meent dat de motivering zeer summier en beperkt is. Hoewel er wordt verwezen naar een aanwijzing van het bezit van een voorwerp (“iets”), motiveert de directie op geen enkele manier waarom een fouillering aan de kledij niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit was van verboden of gevaarlijke voorwerpen of substanties. Een onderzoek aan het lichaam heeft nochtans een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. Er moet immers voor ogen gehouden worden dat een fouille op het lichaam steeds subsidiair is. Wanneer er andere minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken (bijvoorbeeld voor het vinden van bepaalde goederen), moet men eerst deze uitputten. De wet bepaalt niet dat men voor de fouille op het lichaam eerst een fouille op de kledij doet. Wanneer een minder ingrijpende methode, zoals bijvoorbeeld een fouille op de kledij, niet volstaat, moet men echter wel motiveren waarom dat zo is. De motivering voldoet niet aan dit aspect. Dat de directie dit in haar verweer wel verder uiteenzet, doet hieraan niets af. De klachtencommissie acht de motivering van de noodzaak van een fouillering op het lichaam als ontoereikend. In het licht van de motiveringsplicht die op de directie rust, beoordeelt zij de beslissing tot fouillering op het lichaam aldus als onwettig.
De klacht is om deze reden gegrond.