Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0297

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Andere beslissing directeur
BEZOEK - IBVR

De klacht gaat over de bezoekregeling van klager in de gevangenis van Brugge en een beslissing van de directeur omtrent bezoek en een tbc-test.

- De bezoekregeling

De klacht is te kaderen in een periode waarin er een individueel bijzonder veiligheidsregime (hierna: ‘IBVR’) op klager van toepassing was (van 3 oktober 2025 tot en met 1 december 2025).
De uitvoering en overige invulling van deze beslissing is een verantwoordelijkheid van de directie.

Klager beklaagt zich ten eerste over het gegeven dat hij zijn individueel tafelbezoek vooraf moet reserveren. Volgens de directie is dit nodig omwille van organisatorische redenen: zo dient er, gelet op de bepalingen in het IBVR, extra personeel beschikbaar te zijn tijdens het bezoek, en moet de directie zich hierop tijdig kunnen voorzien. De directie heeft bovendien inspanningen geleverd zodat het reserveren van het bezoek wordt vergemakkelijkt: de directie heeft hem eenmalig laten telefoneren om de regeling uit te leggen, en heeft in de mogelijkheid voorzien dat zijn familie het bezoek voor hem reserveert. Het vereisen van een voorafgaande reservatie van het individueel tafelbezoek is niet onwettig, en komt op de klachtencommissie bovendien niet onredelijk over gelet op de organisatorische aspecten die het individueel tafelbezoek met zich meebrengt.

Klager beklaagt zich ten tweede over de bezoektijden. Hij voert aan dat zijn familie hem hierdoor moeilijk kan bezoeken. De algemene regel is dat een veroordeelde gedetineerde recht heeft op minimum drie bezoeken per week, gespreid over drie dagen, waarvan op zijn minst een dag in het weekend en de woensdagnamiddag, en dit behoudens de door de wet bepaalde uitzonderingen. De duur van een bezoek is minimum één uur. Klager is veroordeeld. Uit het IBVR vloeit voort dat klagers bezoek wordt beperkt tot het bezoek in een lokaal dat voorzien is van een transparante want die de bezoekers van de gedetineerde scheidt, en dat hij individueel tafelbezoek kan ontvangen van personen zoals bepaald in artikel 59, §1 van de Basiswet.

De door de directie uitgewerkte bezoekregeling voor gedetineerden met een gelijkaardig IBVR zorgt ervoor dat klager vijfmaal per week bezoek kan ontvangen, gespreid over vijf dagen. Dit bezoek duurt telkens één uur. Concreet wordt het individueel tafelbezoek georganiseerd op:
- Maandag: 15u15 tot 16u15
- Dinsdag: 15u15 tot 16u15
- Donderdag: 15u15 tot 16u15
- Vrijdag: 15u15 tot 16u15
- Zondag: 10u tot 11u

De klachtencommissie heeft het begrip voor het standpunt van klager, m.n. dat hij ontevreden is over deze tijdstippen omdat dit in de praktijk moeilijk haalbaar is voor zijn familie. De klachtencommissie vindt de door de directie uitgewerkte bezoekregeling op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag echter niet onredelijk gelet op alle praktische en organisatorische aspecten met dewelke de zij rekening diende te houden bij het uitwerken van deze specifieke bezoekregeling.

Zoals hoger gesteld, en zoals door de directie aangehaald in haar verweer, voorziet de Basiswet (in artikel 58, §2 Basiswet) ook dat de bezoeken worden georganiseerd op zijn minst een dag in het weekend en de woensdagnamiddag.

In casu voorziet de bezoekregeling slechts in een bezoekmoment in het weekend (op zondag). Op woensdag(namiddag) is geen bezoekmoment voorzien.

De klachtencommissie stelt vast dat de bezoekregeling om deze reden in strijd is met artikel 58, §2 van de Basiswet. Dat klager op woensdag (volgens het huishoudelijk reglement van 13u30 tot 14u30 en van 18u15 tot 19u15) wel glasbezoek kan genieten, doet hieraan niets af.

De klacht is gedeeltelijk gegrond. Klager diende tijdens de duur van het IBVR in de mogelijkheid te worden gesteld om op woensdagnamiddag individueel tafelbezoek te genieten met (zoals bepaald in het IBVR) de personen uit artikel 59, §1 van de Basiswet, en dit conform artikel 58, §2 van de Basiswet. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing in zoverre er niet wordt voorzien in een bezoekmoment op woensdagnamiddag.

Aangezien klager als gevolg van de onwettige bezoekregeling gedurende het IBVR op woensdagnamiddag geen bezoek heeft kunnen genieten en de gevolgen hiervan niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, is de voorwaarde voor het toekennen van een tegemoetkoming vervuld. De klachtencommissie besluit aan klager de volgende tegemoetkoming toe te kennen: 8 individuele tafelbezoeken met de personen uit artikel 59, §1 van de Basiswet, en dit op zondag, telkens voor een duur van twee uur aansluitend (in plaats van het gebruikelijke uur), op voorwaarde dat dit niet in strijd is met de beperkingen opgelegd door een lopend IBVR.


- De beslissing van de directeur omtrent bezoek en een tbc-test

Klager verklaarde via een rapportbriefje gedateerd op 5 november 2025 dat hij zijn klacht van 29 oktober 2025 (die gaat over het afnemen van tafelbezoek vanwege een test) intrekt omdat dit reeds werd opgelost met de directie.

Ingevolge artikel 153, §3 van de Basiswet maakt klachtafstand een einde aan de beklagprocedure.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0250 opgestart