Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0298

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE - MOTIVERING

Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van vier dagen effectieve ATV omdat klager zijn lakens weigerde af te geven, ondanks de vraag van het personeel daartoe. Klager is het niet eens met deze tuchtsanctie.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie de feiten ten eerste kwalificeert als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’. De directie dient in dat geval expliciet te verwijzen naar de concrete bepaling in het huishoudelijk reglement die door de gedetineerde overtreden werd. Dit is in voorliggend geval niet gebeurd, waardoor het onduidelijk is welke concrete bepaling uit het huishoudelijk reglement niet wordt nageleefd. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk dient om deze redenen geschrapt te worden.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie de feiten ten tweede kwalificeert als ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’. Klager ontkent niet dat hij zijn lakens weigerde af te geven ondanks de vraag van het personeel daartoe, maar kadert de situatie. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten correct kwalificeert en acht het niet onredelijk dat de directie deze inbreuk weerhoudt, gezien de gebruiken rond het wassen van de lakens kort voor dit geval aan klager werden herhaald en hij een waarschuwing kreeg na gelijkaardig incident.

De directeur legde een sanctie op in de vorm van vier dagen ATV. De tuchtsanctie was wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat klager hierover ook reeds eerder werd aangesproken.

De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 2 oktober 2025 in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.