Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0300

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - UITVOERING

De klacht gaat over een beslissing tot fouillering op het lichaam van de directie van de gevangenis van Brugge.

Uit artikel 8, § 1, lid 1, van de Basiswet volgt dat alle beslissingen van de directie van de penitentiaire inrichting formeel worden gemotiveerd. De redenen die aanleiding gaven om een fouillering aan het lichaam voorop te stellen of te overwegen moeten door de directie verantwoord worden.

De bestreden beslissing werd niet gemotiveerd. In het licht van de motiveringsplicht die op de directie rust, beoordeelt zij de beslissing tot fouillering op het lichaam aldus als onwettig.

Klaagster stelt, met betrekking tot de uitvoering van de fouillering op het lichaam, dat de fouille is doorgaan in het bijzijn van één beambte en dat ze geen handdoek kreeg. De directie zegt dat dit klopt. Een fouillering op het lichaam dient nochtans uitgevoerd te worden door minimum twee leden van het bewakingspersoneel (die van hetzelfde geslacht zijn als de gefouilleerde gedetineerde), en bij aanvang van de fouille dient beambte de gedetineerde een handdoek te overhandigen. De procedure werd in voorliggend dossier dus niet correct gevolgd.

De klacht is gegrond.

Klaagster geeft aan een tegemoetkoming te wensen in de vorm van tewerkstelling. De klachtencommissie kan dergelijke tegemoetkoming niet toekennen omdat zij geen volledig beeld heeft van alle overwegingen en argumenten die noodzakelijkerwijs met een dergelijke beslissing gepaard (moeten) gaan. De klachtencommissie wenst klaagster er wel nog op te wijzen dat zij hierover een beslissing aan de directeur kan vragen.

Doordat klaagster niet wenste te verschijnen op de zitting van de klachtencommissie, kon de klachtencommissie klaagster niet bevragen en de directie niet horen over een alternatieve tegemoetkoming. De klachtencommissie kent dan ook geen tegemoetkoming toe.