Ga verder naar de inhoud

KC05/26-0030

Ongegrond KC - Brugge Klachtencommissie Andere beslissing directeur
BEZOEK - IBVR

De klacht gaat over de organisatie van klagers individueel tafelbezoek in de gevangenis van Brugge.

De klacht is te kaderen in een periode waarin er een individueel bijzonder veiligheidsregime (hierna: ‘IBVR’) op klager van toepassing was. De beslissing tot plaatsing van klager onder een IBVR is geen beslissing van de gevangenisdirectie maar van de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Penitentiaire inrichtingen (hierna: ‘DG EPI’). Bepaalde aspecten, zoals in casu de praktische organisatie en uitvoering van de bezoekregeling, zijn een verantwoordelijkheid van de directie. Dat er in voorliggend dossier effectief sprake is van een beslissing van de directie, wordt door haar niet ontkend.

Vooreerst is de klacht gericht tegen het weigeren om versnaperingen te laten aankopen tijdens het bezoek, terwijl de andere gedetineerden hier wel de kans toe krijgen. Enkel drank wordt toegestaan.

De directie kadert de situatie. Klager geniet, als gevolg van een opgelegd IBVR, individueel tafelbezoek. In de ruimte waar dit bezoek doorgaat, is geen automaat voorzien. Op vraag van klager werd wel toegelaten dat zijn bezoekers in de wachtzaal aan de drankautomaat een drankje kunnen kopen die ze aan de beambte mogen afgeven om dan te nuttigen tijdens het bezoek. Er staat geen automaat met versnaperingen in de wachtzaal en er kunnen geen versnaperingen van buiten meegenomen worden om veiligheidsredenen. Bovendien acht de directie het niet onmenselijk dat iemand een uur of iets langer, niets kan eten en meent dat het geen ‘plicht’ is om versnaperingen te voorzien tijdens een bezoekmoment. Volgens de directie is er geen sprake van discriminatie, maar wel van praktische overwegingen die elke dag dienen genomen te worden.

De klachtencommissie stelt vast dat de bezoekers van klager – op zijn verzoek - vóór het bezoekmoment een drankje kunnen aankopen dat zij tijdens het bezoek mogen nuttigen, maar dat het binnenbrengen van een versnapering niet wordt toegestaan. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de directie om praktische en veiligheidsredenen niet toestaat dat een versnapering wordt meegebracht naar het individueel tafelbezoek. Bovendien kunnen de bezoekers tijdens het – slechts – één uur durende bezoek wél een drankje nuttigen. Er is volgens de klachtencommissie geen sprake van een onwettige of onredelijke beslissing.

Vervolgens beklaagt klager zich over het gegeven dat zijn bezoekers vóór aanvang van het bezoek geen gebruik mogen maken van het toilet, terwijl zij telkens twee uur onderweg zijn. Op de dag van het schrijven van de klacht heeft klagers broertje daardoor in zijn broek geplast. Klager vraagt dat zijn bezoekers voor, tijdens en na het bezoek gebruik mogen maken van het toilet, net als de andere bezoekers.

De directie benadrukt het feit dat klagers bezoekers op de bewuste dag wel degelijk de mogelijkheid hebben gehad om in de wachtzaal van het bezoek naar het toilet te gaan, maar het broertje niet mee ging. Tien minuten voor afloop van het bezoek, werd gevraagd of het broertje naar het toilet mocht. Nadat initieel werd geantwoord dat het bezoek nog maar tien minuten zou duren, werd na aandringen alsnog versterking geroepen om hem naar het toilet te laten gaan. Hierna werd het broertje door klager en zijn zus aangemoedigd om in de hoek te plassen. De directie wijst op het feit dat er in de gewone bezoekzaal ook geen toilet is en men de zaal ook dient te verlaten voor men naar het toilet kan gaan. In klagers geval dient men daarvoor echter een extra personeelslid op te roepen, aangezien het bezoek volgens het IBVR moet plaatsvinden in aanwezigheid van twee beambten.

De klachtencommissie stelt vast dat het incident in de bezoekzaal het voorwerp uitmaakt van een ander dossier bij de klachtencommissie, m.n. dossier KC05/26-0044.

De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de verklaring van de directeur, m.n. dat de bezoekers van klager in het concreet aangehaalde geval wel in de mogelijkheid werden gesteld om voor aanvang van het één uur durende bezoek naar het toilet te gaan. Op de dag van het incident, werd ook besloten om – na een initiële weigering en op aandringen van klager en zijn bezoekers - versterking te roepen, zodat het broertje alsnog tijdens het bezoek naar het toilet kon gaan. De klachtencommissie kan dus niet vaststellen dat de bezoekers van klager niet naar het toilet mogen gaan voor, tijdens of na het bezoek. In tegendeel: op de dag van het incident was dit wél het geval.

De klacht is ongegrond.