Ga verder naar de inhoud

KC05/26-0033

Onontvankelijk KC - Brugge Klachtencommissie Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR

Uit het verweer van de directie blijkt dat het onder andere gaat om een beslissing tot IBVR en de versoepelingen die binnen de mogelijkheden van de directie lagen. Voor zover klager tot doel had om met zijn klacht de IBVR aan te vechten, wijst de klachtencommissie erop dat een IBVR een beslissing is van de directeur-generaal. De Nederlandstalige beroepscommissie is bevoegd om beroepen tegen deze beslissingen te beoordelen.

Voor zover klager zijn klacht gericht was tegen de versoepelingen die de directie van Brugge zelf kon aanbrengen in het kader van de IBVR blijkt uit het verweer dat er geen sprake is van een weigering van de directie. Er was iets misgelopen in de communicatie en dit werd naar aanleiding van de klacht recht gezet. Er is geen wettelijke termijn vastgelegd waarbinnen deze versoepelingen dienden uitgevoerd waardoor de klachtencommissie zich enkel kan uitspreken over de redelijkheid. Het akkoord was bereikt op 23 januari 2026 maar men diende eerst de verlenging van de IBVR af te wachten zodat de directie deze versoepelingen nog steeds binnen het kader van de IBVR kon toelaten. De verlengingsbeslissing kwam binnen op 1 februari. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de versoepelingen pas op 10 februari konden worden doorgevoerd daar de behandelde directeur pas op de hoogte was van de klacht op 6 februari 2026.

De klacht is niet-ontvankelijk.