KC05/26-0104
Ongegrond
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Tucht
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - TUCHT
De klacht gaat over de uitvoering van een fouillering op het lichaam en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Brugge.
- De uitvoering van de fouillering op het lichaam
Klager verklaart dat hij tijdens de fouillering op het lichaam vroeg om een handdoek, maar dat dit hem werd geweigerd. Volgens de directie wilde klager de handdoek onmiddellijk krijgen, maar gaf de beambte aan dat hij zich diende te ontkleden en dat de handdoek hem daarna zou aangereikt worden.
Aan de gedetineerde wordt eerst een handdoek overhandigd waarna hij wordt uitgenodigd om zich te ontkleden. Uit het dossier blijkt dat van klager het omgekeerde werd verwacht. De fouille is dus niet verlopen zoals voorgeschreven voor collectieve brief nr. 141, en gaat in tegen artikel 108, ยง3 van de Basiswet, dat bepaalt dat de fouillering op het lichaam geen tergend karakter mag hebben en dient te geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde.
De klacht is om deze reden gegrond.
- De tuchtbeslissing
Klager wordt gesanctioneerd met 14 dagen ATV wegens:
- de opzettelijke aantasting van de orde;
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden;
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel;
- het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort.
De directie kwam tot deze beslissing op basis van het RAD, waaruit blijkt dat klager naar aanleiding van de fouille een dreinde houding aannam en zich weerspanning gedroeg, en hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie meent dat het RAD de feiten en de rol van klager hierin duidelijk omschrijft en dat de verkeerde uitvoering van de fouille op het lichaam geen vrijgeleide mocht zijn voor klagers gedrag. De directie kon klager dan ook schuldig bevinden aan de weerhouden tuchtinbreuken. Zij kwalificeerde de feiten correct en motiveerde dit ook voldoende in haar tuchtbeslissing.
Klager werd gesanctioneerd met een tuchtsanctie van 14 dagen ATV. Deze sanctie is wettig en niet onredelijk of onbillijk, gelet op de verschillende van de inbreuken en de ernst ervan.
De klacht is ongegrond.
De klacht gaat over de uitvoering van een fouillering op het lichaam en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Brugge.
- De uitvoering van de fouillering op het lichaam
Klager verklaart dat hij tijdens de fouillering op het lichaam vroeg om een handdoek, maar dat dit hem werd geweigerd. Volgens de directie wilde klager de handdoek onmiddellijk krijgen, maar gaf de beambte aan dat hij zich diende te ontkleden en dat de handdoek hem daarna zou aangereikt worden.
Aan de gedetineerde wordt eerst een handdoek overhandigd waarna hij wordt uitgenodigd om zich te ontkleden. Uit het dossier blijkt dat van klager het omgekeerde werd verwacht. De fouille is dus niet verlopen zoals voorgeschreven voor collectieve brief nr. 141, en gaat in tegen artikel 108, ยง3 van de Basiswet, dat bepaalt dat de fouillering op het lichaam geen tergend karakter mag hebben en dient te geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde.
De klacht is om deze reden gegrond.
- De tuchtbeslissing
Klager wordt gesanctioneerd met 14 dagen ATV wegens:
- de opzettelijke aantasting van de orde;
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden;
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel;
- het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort.
De directie kwam tot deze beslissing op basis van het RAD, waaruit blijkt dat klager naar aanleiding van de fouille een dreinde houding aannam en zich weerspanning gedroeg, en hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie meent dat het RAD de feiten en de rol van klager hierin duidelijk omschrijft en dat de verkeerde uitvoering van de fouille op het lichaam geen vrijgeleide mocht zijn voor klagers gedrag. De directie kon klager dan ook schuldig bevinden aan de weerhouden tuchtinbreuken. Zij kwalificeerde de feiten correct en motiveerde dit ook voldoende in haar tuchtbeslissing.
Klager werd gesanctioneerd met een tuchtsanctie van 14 dagen ATV. Deze sanctie is wettig en niet onredelijk of onbillijk, gelet op de verschillende van de inbreuken en de ernst ervan.
De klacht is ongegrond.