Ga verder naar de inhoud

KC06/23-0114

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - KLACHTENPROCEDURE - BIJSTAND ADVOCAAT - HANDTEKENING

De directie verwijst in haar schriftelijk verweer naar een alinea onder de titel ‘taal’ uit de collectieve brief nr. 155 van 29 juli 2020 waaruit volgens haar zou blijken dat een advocaat niet bevoegd is om namens zijn cliënt een klacht in te dienen. Hieruit leidt de klachtencommissie niet af dat de klacht ingediend moet worden door de gedetineerde zelf.
Bovendien zou het afwijken van een mandaat “ad litem” uit de Basiswet in strijd zijn met het beginsel van behoorlijk bestuur van het recht van verdediging dat de bijstand van een advocaat impliceert. Het zou ook indruisen tegen de geest van de wetgever toen hij een klachtenprocedure wenste te voorzien. Het was immers de bedoeling van de wetgever om een laagdrempelig beklagrecht in te voeren.

De klachtencommissie stelt vast de beslissing tot het opleggen van een fouille aan het lichaam ondertekend werd in opdracht door de dienstdoende penitentiair assistent.
Omdat het onderzoek aan het lichaam een zeer ingrijpende maatregel is, heeft de wetgever strenge voorwaarden bepaald vooraleer een onderzoek aan het lichaam kan worden uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek mag zeker er niet routinematig uitgevoerd worden en is slechts gerechtvaardigd wanneer ingevolge specifieke omstandigheden of vermoedens het onderzoek aan de kledij niet volstaat. Enkel de directeur mag deze risico-inschatting maken.
Uit de ondertekening door een personeelslid kan de klachtencommissie niet nagaan of een dergelijke risico-inschatting door de directeur is gebeurd. Noch de basiswet noch de CB nr. 141 ‘Onderzoek aan de kledij - fouillering op het lichaam - onderzoek van de verblijfsruimte’ van 30 januari 2017 voorzien ook in een delegatiebevoegdheid zoals voorzien voor een bijzondere veiligheidsmaatregel of voorlopige maatregel .
De klacht is gegrond.