Ga verder naar de inhoud

KC06/23-0161

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK

Klager geeft aan dat hij een tuchtsanctie kreeg omwille van het ‘bezit of handel in verboden substanties’.
De klachtencommissie stelt vast dat in de tuchtbeslissing de tuchtinbreuk ‘het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ onderlijnd is waardoor het erop lijkt dat deze tuchtinbreuk werd weerhouden ten aanzien van klager.
Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt echter dat enkel de tuchtinbreuk ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ weerhouden is. Deze tuchtinbreuk werd in het vet en onderlijnd aangeduid in de tuchtbeslissing. Deze tuchtinbreuk wordt ook niet ontkend door klager waardoor de klachtencommissie deze bewezen acht.
De onderlijning van de tuchtinbreuk in verband met de verboden substanties betreft een materiële vergissing, wat de directie ook erkent. De directie heeft te kennen gegeven dat van deze inbreuk geen inbreuk zal worden gemaakt in het tuchtregister, zodat de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond is.