Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0069

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - GEGROND

De klacht gaat over de uitvoering van de beslissing van 22 maart 2024 van de directie van de gevangenis tot fouillering op het lichaam van klager. Deze fouillering is volgens de klager niet verlopen volgens de regels. Klager geeft aan dat hij geen papier kreeg, de deur stond constant open stond, zijn handdoek pas nadien kreeg, zijn kledij op de grond werd gegooid …

De directie meent dat ze het personeel de nodige instructies hebben gegeven over de manier waarop deze fouillering op het lichaam moet worden uitgevoerd. De directie stelt in haar verweer dat indien de fouillering niet juist wordt uitgevoerd, dat geen beslissing is van de directeur, maar van het betrokken personeelslid. De klacht is volgens de directie ontvankelijk maar niet gegrond.

De klachtencommissie wijst op een beslissing van de Nederlandstalige beroepscommissie, waarin werd bevestigd dat het in artikel 148 Basiswet omschreven toepassingsgebied extensief geïnterpreteerd moet worden. De beroepscommissie vervolgde in diezelfde beslissing dat de beroepscommissie wel degelijk bevoegd is om te oordelen over de wijze van uitvoeren van een fouillering op het lichaam die tot stand kwam via een beslissing van de directeur.

De directie betwistte bovendien de ontvankelijkheid van de klacht niet. De klacht werd daarnaast ook tijdig ingediend, op de vereiste wijze en werd voldoende gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk.

De klachtencommissie is dus bevoegd en kan nagaan of de toepasselijke regels (uit de Basiswet, Collectieve Brief nr. 141 …) werden nageleefd. Het niet-naleven van deze regels kan aanleiding geven tot een gegronde klacht. In dit dossier heeft klager verschillende zaken vermeld die fout zouden gelopen zijn tijdens de uitvoering van de fouillering op zijn lichaam. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich in haar verweer beperkt tot het argument dat het niet volgen van de procedure een beslissing van het personeel betreft. Nog los van de vraag of zij hiermee toegeeft dat er fouten gebeurd zijn, brengt zij in ieder geval geen enkel element aan waaruit zou blijken dat de door klager aangevoerde zaken niet zouden kloppen.

De klachtencommissie gaat er dan ook vanuit dat de uitvoering van de fouillering op klagers lichaam op 22 maart 2024 in strijd met de Basiswet en bijlage 3 bij Collectieve Brief nr. 141 heeft plaatsgevonden.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent verder geen tegemoetkoming toe.