KC06/24-0086
Ongegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - VOORLOPIGE MAATREGEL - MEDISCH
De klachten gaan over een beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (hierna: BVM), een ‘andere’ beslissing (klager krijgt zijn nodige medicatie niet), een voorlopige maatregel en twee beslissingen tot verlenging van een BVM van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Over de BVM: de BVM werd opgelegd n.a.v. meerdere incidenten. Het is mogelijk dat de directie in bepaalde situaties een BVM oplegt, wanneer zij enkel tot doel heeft om preventief een gevaar voor de orde of de veiligheid aan te pakken. De klachtencommissie is van oordeel dat de BVM duidelijk is genomen met een preventief oogmerk gelet op het ongepaste gedrag van klager en dat de directie niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk.
Over de medische aangelegenheden: de klachtencommissie kan in de klacht geen beslissing van de directeur ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.
Over de voorlopige maatregel: klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor ‘een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van voormelde vaststellingen niet kon oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. De maatregel heeft een bestraffend karakter. De directie kon bijgevolg de voorlopige maatregel niet opleggen.
Over de beslissingen tot verlenging van BVM: De beslissing tot verlenging van een BVM werd opgelegd n.a.v. meerdere incidenten. Het is mogelijk dat de directie in een dergelijke situatie een beslissing tot verlenging van een BVM oplegt, wanneer zij enkel tot doel heeft om preventief een gevaar voor de orde of de veiligheid aan te pakken. De beslissing tot het opleggen van een BVM moet deze keuze duidelijk motiveren. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in haar beslissing heeft gemotiveerd waarom zij een verlenging van de BVM oplegt. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klachten gaan over een beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (hierna: BVM), een ‘andere’ beslissing (klager krijgt zijn nodige medicatie niet), een voorlopige maatregel en twee beslissingen tot verlenging van een BVM van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Over de BVM: de BVM werd opgelegd n.a.v. meerdere incidenten. Het is mogelijk dat de directie in bepaalde situaties een BVM oplegt, wanneer zij enkel tot doel heeft om preventief een gevaar voor de orde of de veiligheid aan te pakken. De klachtencommissie is van oordeel dat de BVM duidelijk is genomen met een preventief oogmerk gelet op het ongepaste gedrag van klager en dat de directie niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk.
Over de medische aangelegenheden: de klachtencommissie kan in de klacht geen beslissing van de directeur ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.
Over de voorlopige maatregel: klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor ‘een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van voormelde vaststellingen niet kon oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. De maatregel heeft een bestraffend karakter. De directie kon bijgevolg de voorlopige maatregel niet opleggen.
Over de beslissingen tot verlenging van BVM: De beslissing tot verlenging van een BVM werd opgelegd n.a.v. meerdere incidenten. Het is mogelijk dat de directie in een dergelijke situatie een beslissing tot verlenging van een BVM oplegt, wanneer zij enkel tot doel heeft om preventief een gevaar voor de orde of de veiligheid aan te pakken. De beslissing tot het opleggen van een BVM moet deze keuze duidelijk motiveren. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in haar beslissing heeft gemotiveerd waarom zij een verlenging van de BVM oplegt. De klacht is bijgevolg ongegrond.