Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0120

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - CELMUTATIE

De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.

De klachtencommissie stelt vast dat klager in eerste instantie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting enkel de mondelinge doodsbedreigingen ten aanzien van het personeelslid ontkende, omdat hij
onmogelijk in het Nederlands zou hebben gesproken. Los van de effectieve talenkennis van klager, stelt de klachtencommissie vast dat klager aangaande de fysieke agressie hoogstens stelde hij dat hij werd uitgedaagd door een welbepaalde beambte. Ook tijdens de zitting van de klachtencommissie herhaalt klager dat hij problemen heeft met een welbepaalde beambte.

Dat hij mogelijk problemen heeft met deze beambte verantwoordt evenwel niet de fysieke bedreigingen die hij heeft geuit naar aanleiding van de celmutatie, te meer omdat de betrokken
beambte niet actief is op vleugel 4 en zijn fysiek agressieve houding aldaar verder escaleerde. Er werden twee rapporten aan de directeur opgesteld in duidelijke bewoordingen en daaruit volgt
dat klager bij de celmutatie fysieke bedreigingen uitte die niet worden ontkend of weerlegd:
- Bij het verlaten van de vorige cel gaat hij in het bijzonder ‘neus aan neus’ staan met de betrokken beambte, terwijl hij ook mondelinge bedreigingen zou hebben geuit;
- Bij het intreden van de nieuwe cel uitte hij mondelingen bedreigingen naar zijn afwezige celgenoot en trachtte hij te verhinderen dat zijn celdeur werd gesloten, waarna hij een glazen projectiel tegen de gesloten celdeur wierp dat uit elkaar spatte;

Naar aanleiding van die laatste actie kon de directeur terecht besluiten om klager in de veiligheidscel te plaatsen bij wijze van voorlopige maatregel op grond van een ernstige en opzettelijke aantasting
van de interne veiligheid. Hij pleegde niet slechts passief verzet tegen de celmutatie, maar verhinderde het sluiten van zijn celdeur en gooide vervolgens met een projectiel dat vernield werd.
Met het oog op de handhaving van de orde en de veiligheid, kon binnen de grenzen van de artikelen 119 en 120 van de basiswet ten aanzien van de klager bovendien rechtstreekse dwang onder de
vorm van handboeien worden gebruikt om klager naar de veiligheidscel over te brengen. Bij het overbrengen naar de veiligheidscel verzette hij zich bovendien in die mate dat twee beambten schaafwonden opliepen en eenmaal aangekomen in de veiligheidscel spuwde hij naar de beambten, hetgeen evenmin wordt weerlegd door klager.
De directeur kon op grond van de heldere rapporten en de verklaringen van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, de tuchtrechtelijke inbreuken van het negeren van bevelen van het
personeel en de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging aldus weerhouden in hoofde van klager.
In de motivering van de bestreden tuchtsanctie wordt in het bijzonder ook begrip geuit voor het feit dat een celmutatie op zich vervelend kan zijn voor een gedetineerde, maar dat dit op zich zijn
houding niet kan verantwoorden.

Rekening houdend met zijn tuchtrechtelijke voorgaanden, waaronder éénmaal voor fysieke agressie, acht de klachtencommissie het tot slot niet onredelijk dat de directeur wat betreft de
straftoemeting koos voor de maximumsanctie van 30 dagen ATV.
De klacht is ongegrond.