KC06/24-0137
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - TEGEMOETKOMING
De klacht betreft meerdere beslissingen van de directie van de gevangenis.
De voorliggende voorlopige maatregel is opgelegd omwille van “de opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”.
Uit het voorliggende RAD blijkt hoogstens dat klager werd geprovoceerd naar aanleiding van een racistische uitlating door de medegedetineerde en aanvankelijk niet reageerde op de tussengekomen personeelsleden die hen aanmaanden om de woordenwisseling te stoppen.
Er werd vervolgens uitdrukkelijk vastgesteld dat klager de fysieke integriteit niet in het gedrang heeft gebracht, doch zijn medegedetineerde daarentegen wel aanstalten toe maakte. Door zijn houding verstoorde klager aldus hoogstens de orde binnen de gevangenis, zoals ook
erkend door de directeur tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en thans op de zitting van de klachtencommissie.
Hoewel de motivering van de voorlopige maatregel vervolgens doet uitschijnen dat klager slechts werd uitgesloten van ‘bepaalde’ gemeenschappelijke of individuele activiteiten overeenkomstig artikel 112, 2° basiswet, erkent de directie ter zitting van de klachtencommissie dat klager in de praktijk wel degelijk werd afgezonderd in de aan hem toegewezen verblijfsruimte (artikel 112 4°) bij wijze van voorlopige maatregel.
De geuite beledigingen alleen konden dergelijke voorlopige maatregel op zich niet verantwoorden, aangezien ze geenszins konden worden gekwalificeerd als een ‘ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’ zoals de directeur ook zelf inziet.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
Over de tuchtsanctie:
Uit hetgeen dat hierboven werd uiteengezet, volgt dat de klachtencommissie vooreerst ambtshalve vaststelt dat bij de toemeting van de tuchtsanctie ten onrechte geen rekening werd gehouden met de reeds ondergane ATV (artikel 145 § 4 basiswet).
Ten onrechte wordt op het einde van de motivering bovendien gesteld dat er voor de aangeduide kwalificaties tot 30 dagen ATV had kunnen worden gegeven, aangezien het gaat om twee tuchtinbreuken van de tweede categorie, aldus maximum 15 dagen (artikel 132 3° basiswet) .
Dit alles onderstreept het gebrek aan accuraatheid waarmee de directie het voorliggende dossier heeft behandeld.
De klachtencommissie acht het onredelijk dat de directie in het voorliggende dossier geen toepassing heeft gemaakt van het subsidiariteitsbeginsel uit artikel 122 lid 2 van de basiswet, te meer omdat hij reeds ten onrechte drie dagen onder ATV had gestaan.
Bijgevolg verklaart de klachtencommissie de klacht gegrond en vernietigt de tuchtbeslissing.
Uit de vernietiging van de voorlopige maatregel volgt dat de klager ten onrechte drie dagen in ATV heeft doorgebracht.
Aangezien de gevolgen van deze beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, bepaalt de klachtencommissie, na de directeur hierover te hebben gehoord ter zitting, dat aan klager een tegemoetkoming moet worden toegekend onder de vorm van 180 minuten beltijd (60 minuten per dag dat hij ten onrechte onder ATV stond).
De klacht betreft meerdere beslissingen van de directie van de gevangenis.
De voorliggende voorlopige maatregel is opgelegd omwille van “de opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”.
Uit het voorliggende RAD blijkt hoogstens dat klager werd geprovoceerd naar aanleiding van een racistische uitlating door de medegedetineerde en aanvankelijk niet reageerde op de tussengekomen personeelsleden die hen aanmaanden om de woordenwisseling te stoppen.
Er werd vervolgens uitdrukkelijk vastgesteld dat klager de fysieke integriteit niet in het gedrang heeft gebracht, doch zijn medegedetineerde daarentegen wel aanstalten toe maakte. Door zijn houding verstoorde klager aldus hoogstens de orde binnen de gevangenis, zoals ook
erkend door de directeur tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en thans op de zitting van de klachtencommissie.
Hoewel de motivering van de voorlopige maatregel vervolgens doet uitschijnen dat klager slechts werd uitgesloten van ‘bepaalde’ gemeenschappelijke of individuele activiteiten overeenkomstig artikel 112, 2° basiswet, erkent de directie ter zitting van de klachtencommissie dat klager in de praktijk wel degelijk werd afgezonderd in de aan hem toegewezen verblijfsruimte (artikel 112 4°) bij wijze van voorlopige maatregel.
De geuite beledigingen alleen konden dergelijke voorlopige maatregel op zich niet verantwoorden, aangezien ze geenszins konden worden gekwalificeerd als een ‘ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’ zoals de directeur ook zelf inziet.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
Over de tuchtsanctie:
Uit hetgeen dat hierboven werd uiteengezet, volgt dat de klachtencommissie vooreerst ambtshalve vaststelt dat bij de toemeting van de tuchtsanctie ten onrechte geen rekening werd gehouden met de reeds ondergane ATV (artikel 145 § 4 basiswet).
Ten onrechte wordt op het einde van de motivering bovendien gesteld dat er voor de aangeduide kwalificaties tot 30 dagen ATV had kunnen worden gegeven, aangezien het gaat om twee tuchtinbreuken van de tweede categorie, aldus maximum 15 dagen (artikel 132 3° basiswet) .
Dit alles onderstreept het gebrek aan accuraatheid waarmee de directie het voorliggende dossier heeft behandeld.
De klachtencommissie acht het onredelijk dat de directie in het voorliggende dossier geen toepassing heeft gemaakt van het subsidiariteitsbeginsel uit artikel 122 lid 2 van de basiswet, te meer omdat hij reeds ten onrechte drie dagen onder ATV had gestaan.
Bijgevolg verklaart de klachtencommissie de klacht gegrond en vernietigt de tuchtbeslissing.
Uit de vernietiging van de voorlopige maatregel volgt dat de klager ten onrechte drie dagen in ATV heeft doorgebracht.
Aangezien de gevolgen van deze beslissing niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, bepaalt de klachtencommissie, na de directeur hierover te hebben gehoord ter zitting, dat aan klager een tegemoetkoming moet worden toegekend onder de vorm van 180 minuten beltijd (60 minuten per dag dat hij ten onrechte onder ATV stond).