KC06/24-0147
Ongegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ATV
De klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel en zijn tuchtsanctie.
In verband met de voorlopige maatregel:
De voorliggende voorlopige maatregel is opgelegd omwille van “de opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”. Daar is in hoofde van klager volgens de klachtencommissie wel degelijk sprake van. Uit het voorliggende RAD blijkt dat zes beambten vaststelden hoe klager een medegedetineerde vuistslagen uitdeelde in het aangezicht. Op basis van deze feiten kon klager bij wijze van voorlopige maatregel in de beveiligde cel worden geplaatst overeenkomstig artikel 112, § 1 5° van de basiswet.
Hoewel uit de handtekening op zich niet kan worden afgeleid dat de voorlopige maatregel door de directeur zelf werd genomen, blijkt wel uit het RAD dat tot de voorlopige maatregel werd besloten na overleg met de directie. Tot slot dringt klager ter zitting niet meer aan op dit aspect van zijn klacht. De klacht tegen de voorlopige maatregel is dan ook ongegrond. De klachtencommissie bevestigt de voorlopige maatregel.
In verband met de tuchtsanctie:
De klachtencommissie concludeert dat er geen schending van de verdedigingsrechten heeft plaatsgevonden doordat de camerabeelden niet zijn bekeken, omdat de directie hier tijdens de tuchtzitting niet naar verwees. Dit verzoek kwam van de raadsman, nadat klager al bekentenissen had afgelegd.
De commissie merkt op dat er rekening is gehouden met de mogelijkheid dat klager racistisch benaderd werd door zijn opponent, wat de directie adequaat heeft meegewogen in de tuchtbeslissing. Klager's beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, aangezien hij erkent de aanstichter te zijn en er geen sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Dat de medegedetineerde mogelijk harder terugsloeg, is niet relevant. Bovendien kan klager geen klacht indienen over het niet bestraffen van de andere gedetineerde door de directie.
De commissie acht de opgelegde tuchtsanctie van 20 dagen ATV redelijk en billijk, gezien de directie tot 30 dagen had kunnen opleggen. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat het klagers eerste tuchtsanctie is voor fysieke integriteit en dat hij mogelijk geprovoceerd werd.
De klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel en zijn tuchtsanctie.
In verband met de voorlopige maatregel:
De voorliggende voorlopige maatregel is opgelegd omwille van “de opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”. Daar is in hoofde van klager volgens de klachtencommissie wel degelijk sprake van. Uit het voorliggende RAD blijkt dat zes beambten vaststelden hoe klager een medegedetineerde vuistslagen uitdeelde in het aangezicht. Op basis van deze feiten kon klager bij wijze van voorlopige maatregel in de beveiligde cel worden geplaatst overeenkomstig artikel 112, § 1 5° van de basiswet.
Hoewel uit de handtekening op zich niet kan worden afgeleid dat de voorlopige maatregel door de directeur zelf werd genomen, blijkt wel uit het RAD dat tot de voorlopige maatregel werd besloten na overleg met de directie. Tot slot dringt klager ter zitting niet meer aan op dit aspect van zijn klacht. De klacht tegen de voorlopige maatregel is dan ook ongegrond. De klachtencommissie bevestigt de voorlopige maatregel.
In verband met de tuchtsanctie:
De klachtencommissie concludeert dat er geen schending van de verdedigingsrechten heeft plaatsgevonden doordat de camerabeelden niet zijn bekeken, omdat de directie hier tijdens de tuchtzitting niet naar verwees. Dit verzoek kwam van de raadsman, nadat klager al bekentenissen had afgelegd.
De commissie merkt op dat er rekening is gehouden met de mogelijkheid dat klager racistisch benaderd werd door zijn opponent, wat de directie adequaat heeft meegewogen in de tuchtbeslissing. Klager's beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, aangezien hij erkent de aanstichter te zijn en er geen sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Dat de medegedetineerde mogelijk harder terugsloeg, is niet relevant. Bovendien kan klager geen klacht indienen over het niet bestraffen van de andere gedetineerde door de directie.
De commissie acht de opgelegde tuchtsanctie van 20 dagen ATV redelijk en billijk, gezien de directie tot 30 dagen had kunnen opleggen. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat het klagers eerste tuchtsanctie is voor fysieke integriteit en dat hij mogelijk geprovoceerd werd.