KC06/24-0200
Ongegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIE - ONGEGROND
De klacht betreft de voorlopige maatregel van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor ‘de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’. De volgende voorlopige maatregel werd genomen: “uitsluiting van deelname aan volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten: uitsluiting alle gemeenschappelijke activiteiten”.
De klachtencommissie buigt zich over de wettelijke voorwaarden van de voorlopige maatregel. Ze gaat na of de directie redelijkerwijze kon besluiten dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast.
De ‘interne veiligheid’ wordt in de Basiswet gedefinieerd als “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding”.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de vaststelling dat klager in het bezit was van een – op dat moment – onbekend middel van 3,0 gram, waarvan klager verklaart dat het om cocaïne gaat, kon oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. Of het nu 3 gram dan wel 1 gram betrof, dit is zonder enige relevantie. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
De klacht is niet gegrond. De voorlopige maatregel blijft bestaan.
De klacht betreft de voorlopige maatregel van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor ‘de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’. De volgende voorlopige maatregel werd genomen: “uitsluiting van deelname aan volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten: uitsluiting alle gemeenschappelijke activiteiten”.
De klachtencommissie buigt zich over de wettelijke voorwaarden van de voorlopige maatregel. Ze gaat na of de directie redelijkerwijze kon besluiten dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast.
De ‘interne veiligheid’ wordt in de Basiswet gedefinieerd als “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding”.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de vaststelling dat klager in het bezit was van een – op dat moment – onbekend middel van 3,0 gram, waarvan klager verklaart dat het om cocaïne gaat, kon oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. Of het nu 3 gram dan wel 1 gram betrof, dit is zonder enige relevantie. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
De klacht is niet gegrond. De voorlopige maatregel blijft bestaan.