Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0214

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Andere beslissing directeur
VOORWERPEN

De bevoegdheid inzake het ontruimen van de verblijfsruimte bij tijdelijke afwezigheid van de gedetineerde wordt niet nader geregeld in de Basiswet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Bij gebrek aan nadere regels kan de klachtencommissie enkel de redelijkheid van de beslissing toetsen.

De klachtencommissie stelt vast dat ondanks er geen specifieke regels zijn voor de situatie van klager de directie de procedures inzake het overbrengen van persoonlijke spullen heeft nageleefd. Er werd een inventaris van de persoonlijke spullen in bewaring gemaakt wat klager de mogelijkheid biedt om te controleren of alle voorwerpen hierop vermeld staan.

Klager stelt dat hij aanwezig diende te zijn bij het leegmaken van zijn celruimte en dat men zijn persoonlijke spullen niet mocht aanraken want dat dit een schending van zijn privacy uitmaakt.

De klachtencommissie volgt dit argument niet. Zoals de directeur ook in haar verweer schrijft voorziet de collectieve brief in de mogelijkheid dat de persoonlijke voorwerpen worden ingepakt door een personeelslid in afwezigheid van klager. Dat er in deze situatie geen sprake is van een overbrenging maakt niet dat de celruimte van klager behouden moet blijven. Immers wordt de gevangenis van Dendermonde geconfronteerd met overbevolking waardoor het niet te rechtvaardigen valt dat een celruimte voor onbepaalde tijd onbenut zou blijven. Daarnaast is het ook in het belang van de gedetineerde dat zijn spullen veilig gestockeerd staan tijdens zijn afwezigheid om te vermijden dat er schade of verlies zou optreden.
De klachtencommissie acht deze beslissing dan ook redelijk.

De klacht is niet gegrond.