KC06/24-0246
Gegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - ARBEID - ONTSLAG - CELMUTATIE
De individuele aanwijzingen moeten geconcretiseerd worden. Dit principe werd al meermaals bevestigd door de beroepscommissie bij de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen en blijkt ook duidelijk uit de formulering van het door de directie in te vullen sjabloon.
De klachtencommissie kan uit de motivering van de beslissing tot fouille aan het lichaam niet afleiden waaruit ‘de sterke vermoedens’ bestaan en hoe zij een fouille aan het lichaam rechtvaardigt. Om die reden is de klacht gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot fouille aan het lichaam.
Uit het antwoord van de directie blijkt dat de afzetting van werk automatisch voortvloeit uit de duur van de tuchtsanctie. De klachtencommissie leidt hieruit af dat hoewel er geen schriftelijke beslissing over de afzetting van werk werd genomen, deze beslissing voortvloeit uit de tuchtbeslissing.
Door de beslissing tot afzetting meteen te nemen, doet deze zich voor als een tweede bijkomende (verdoken) tuchtsanctie. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie het cumulverbod uit artikel 143, §3 van de Basiswet omzeilt, door klager meteen af te zetten van zijn werk.
Bovendien dient elke beslissing die wordt genomen in het kader van de Basiswet, gemotiveerd te worden. De motiveringsplicht is bovendien uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van de Basiswet en beoogt de gedetineerde te informeren over de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing. Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager niet op de hoogte werd gesteld van de beslissing tot afzetting van werk of de motieven daarvan. De directie stelt dat klager hiervan op de hoogte was gezien klager de engagementsverklaring ondertekende. Echter is deze werkwijze in strijd met wat voorzien is in de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 18 juni 2015.
De klachtencommissie verklaart de klacht over het ontslag gegrond.
De klachtencommissie brengt in herinnering dat een gevangenisdirecteur in principe vrij is om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) hij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de wet. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie betreft dus een discretionaire bevoegdheid en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. De klachtencommissie dient echter na te gaan of een dergelijke beslissing wettelijk, redelijk en billijk is.
Klager ging van een triocel naar een monocel. Uit het antwoord van de directeur blijkt dat klager van cel verplaatst werd omwille van de verboden substantie die werd aangetroffen. De klachtencommissie acht de beslissing om klager naar aanleiding hiervan op een monocel te plaatsen redelijk.
De klacht gericht tegen de mutatie naar een monocel is ontvankelijk maar ongegrond.
De individuele aanwijzingen moeten geconcretiseerd worden. Dit principe werd al meermaals bevestigd door de beroepscommissie bij de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen en blijkt ook duidelijk uit de formulering van het door de directie in te vullen sjabloon.
De klachtencommissie kan uit de motivering van de beslissing tot fouille aan het lichaam niet afleiden waaruit ‘de sterke vermoedens’ bestaan en hoe zij een fouille aan het lichaam rechtvaardigt. Om die reden is de klacht gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot fouille aan het lichaam.
Uit het antwoord van de directie blijkt dat de afzetting van werk automatisch voortvloeit uit de duur van de tuchtsanctie. De klachtencommissie leidt hieruit af dat hoewel er geen schriftelijke beslissing over de afzetting van werk werd genomen, deze beslissing voortvloeit uit de tuchtbeslissing.
Door de beslissing tot afzetting meteen te nemen, doet deze zich voor als een tweede bijkomende (verdoken) tuchtsanctie. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie het cumulverbod uit artikel 143, §3 van de Basiswet omzeilt, door klager meteen af te zetten van zijn werk.
Bovendien dient elke beslissing die wordt genomen in het kader van de Basiswet, gemotiveerd te worden. De motiveringsplicht is bovendien uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van de Basiswet en beoogt de gedetineerde te informeren over de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing. Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager niet op de hoogte werd gesteld van de beslissing tot afzetting van werk of de motieven daarvan. De directie stelt dat klager hiervan op de hoogte was gezien klager de engagementsverklaring ondertekende. Echter is deze werkwijze in strijd met wat voorzien is in de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 18 juni 2015.
De klachtencommissie verklaart de klacht over het ontslag gegrond.
De klachtencommissie brengt in herinnering dat een gevangenisdirecteur in principe vrij is om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) hij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de wet. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie betreft dus een discretionaire bevoegdheid en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. De klachtencommissie dient echter na te gaan of een dergelijke beslissing wettelijk, redelijk en billijk is.
Klager ging van een triocel naar een monocel. Uit het antwoord van de directeur blijkt dat klager van cel verplaatst werd omwille van de verboden substantie die werd aangetroffen. De klachtencommissie acht de beslissing om klager naar aanleiding hiervan op een monocel te plaatsen redelijk.
De klacht gericht tegen de mutatie naar een monocel is ontvankelijk maar ongegrond.