Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0252

Ongegrond Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG

Klager betwist de feiten niet. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuken dan ook bewezen.
De klachtencommissie verwijst naar de Basiswet die stelt dat de directeur bij de toemeting van een tuchtsanctie rekening dient te houden met de ernst van de inbreuk, de omstandigheden waarin zij plaatsvond, verzachtende omstandigheden en met de voorlopige maatregelen. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie van 15 dagen ATV dan ook in verhouding tot de gepleegde inbreuken
De klacht gericht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.

De richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 18 juni 2015 omtrent arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel schrijven voor dat een gedetineerde door de directeur kan worden afgezet van werk met een ordemaatregel indien de gedetineerde niet geschikt is voor een arbeidspost, omdat hij niet de vereiste technische kwaliteiten heeft, of omdat hij om een andere reden niet geschikt is voor de arbeidspost. Deze mogelijkheid bestaat ook in de situatie dat klager een tuchtsanctie opliep die eindigde zolang dit geen verdoken tuchtsanctie uitmaakt.
Uit het antwoord van de directie blijkt dat de afzetting van werk automatisch voortvloeit uit de duur van de tuchtsanctie. De klachtencommissie leidt hieruit af dat hoewel er geen schriftelijke beslissing over de afzetting van werk werd genomen, deze beslissing voortvloeit uit de tuchtbeslissing van 04/10/2024.

Door de beslissing tot afzetting meteen te nemen, doet deze zich voor als een tweede bijkomende (verdoken) tuchtsanctie. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie het cumulverbod uit artikel 143, §3 van de Basiswet omzeilt, door klager meteen af te zetten van zijn werk.
Bovendien dient elke beslissing die wordt genomen in het kader van de Basiswet, gemotiveerd te worden. De motiveringsplicht is bovendien uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van de Basiswet en beoogt de gedetineerde te informeren over de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing. Klager werd niet op de hoogte werd gesteld van de beslissing tot afzetting van werk of de motieven daarvan. De directie stelt dat klager hiervan op de hoogte was gezien klager de engagementsverklaring ondertekende. Echter is deze werkwijze in strijd met wat voorzien is in de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 18 juni 2015.
De klachtencommissie verklaart de klacht over het ontslag gegrond.