Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0070

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - MOTIVERING

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Wat betreft de kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” stelt de klachtencommissie vast dat de directie geen melding maakt (noch in haar tuchtbeslissing, noch in haar schriftelijk verweer) van welke voorgeschreven bepalingen geschonden worden door klager. De klachtencommissie stelt tevens vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt welke bepalingen van het huishoudelijk reglement het precies betreft. Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivering begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen.

Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft voornoemde kwalificatie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” daar de bepalingen van het huishoudelijk reglement die volgens de directie geschonden waren niet werden aangeduid. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.

De directie kon de feiten wel omschrijven als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. De directie mag in haar motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Er waren bovendien twee getuigen van de feiten.

De klachtencommissie acht voormelde kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager zich schuldig maakt aan het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (hij laat het personeel lang wachten na een verwittiging). De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct door de directie gevolgd werd. Klager kreeg een berisping opgelegd. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting over als passend en redelijk.

Om bovenstaande redenen, is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.