KC06/25-0176
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - EXTERNE RECHTSPOSITIE
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing en een beslissing tot schorsing van de uitgaansvergunningen van klager gedurende één maand naar aanleiding van deze tuchtbeslissing.
- m.b.t. de tuchtbeslissing
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. Bij terugkeer van zijn uitgaansvergunning werd klager namelijk onderworpen aan een gerechtelijke fouille door de politie en tijdens deze fouille werd een verstuiver gevonden met daarin een onbekende vloeistof die volgens klager parfum was.
Uit zijn klacht blijkt dat klager zijn tuchtrechtelijke veroordeling voor deze feiten én de tuchtsanctie die hij hiervoor heeft gekregen, niet betwist. Hij is echter niet akkoord met de inhoud van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat de naam van de advocaat die aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting inderdaad niet vermeld werd bovenaan het verslag hoewel klager bevestigt dat deze aanwezig was en uit het verslag ook zijn tussenkomst blijkt. De klachtencommissie is echter van oordeel dat deze materiële vergissing niet tot gevolg heeft dat de tuchtbeslissing nietig is aangezien klager wel degelijk heeft genoten van zijn recht op bijstand van een advocaat. Vervolgens gaat klager niet akkoord dat in het verslag niet werd opgenomen dat hij spijt had en zou het standpunt van zijn advocaat niet correct zijn weergegeven. Doordat de klachtencommissie niet aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting kan zij niet nagaan of de weergave in het verslag overeenkomt met de uitspraken die klager en zijn advocaat tijdens de zitting hebben gedaan. De klachtencommissie meent echter dat de directie reeds een milde sanctie heeft opgelegd, rekening houdende met de meewerkende houding van klager tijdens de fouille en zijn bekentenis. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond.
- m.b.t. de uitgaansvergunningen
De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. De klacht van klager over de beslissing van de Dienst Detentiebeheer om zijn uitgaansvergunningen gedurende een maand te schorsen, valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor deze klacht onontvankelijk is.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing en een beslissing tot schorsing van de uitgaansvergunningen van klager gedurende één maand naar aanleiding van deze tuchtbeslissing.
- m.b.t. de tuchtbeslissing
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. Bij terugkeer van zijn uitgaansvergunning werd klager namelijk onderworpen aan een gerechtelijke fouille door de politie en tijdens deze fouille werd een verstuiver gevonden met daarin een onbekende vloeistof die volgens klager parfum was.
Uit zijn klacht blijkt dat klager zijn tuchtrechtelijke veroordeling voor deze feiten én de tuchtsanctie die hij hiervoor heeft gekregen, niet betwist. Hij is echter niet akkoord met de inhoud van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat de naam van de advocaat die aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting inderdaad niet vermeld werd bovenaan het verslag hoewel klager bevestigt dat deze aanwezig was en uit het verslag ook zijn tussenkomst blijkt. De klachtencommissie is echter van oordeel dat deze materiële vergissing niet tot gevolg heeft dat de tuchtbeslissing nietig is aangezien klager wel degelijk heeft genoten van zijn recht op bijstand van een advocaat. Vervolgens gaat klager niet akkoord dat in het verslag niet werd opgenomen dat hij spijt had en zou het standpunt van zijn advocaat niet correct zijn weergegeven. Doordat de klachtencommissie niet aanwezig was tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting kan zij niet nagaan of de weergave in het verslag overeenkomt met de uitspraken die klager en zijn advocaat tijdens de zitting hebben gedaan. De klachtencommissie meent echter dat de directie reeds een milde sanctie heeft opgelegd, rekening houdende met de meewerkende houding van klager tijdens de fouille en zijn bekentenis. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond.
- m.b.t. de uitgaansvergunningen
De regeling inzake strafuitvoeringsmodaliteiten, waaronder uitgaansvergunningen, is te vinden in de Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf. De klacht van klager over de beslissing van de Dienst Detentiebeheer om zijn uitgaansvergunningen gedurende een maand te schorsen, valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor deze klacht onontvankelijk is.