Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0186

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Andere beslissing directeur
MEERPERSOONSCEL - OVERBEVOLKING - ART. 3 EVRM - TEGEMOETKOMING

De klacht betreft een beslissing van de directie om klager in een duocel met 3 andere gedetineerden te huisvesten in de gevangenis van Dendermonde.

De klachtencommissie verklaart een klacht gegrond wanneer de beslissing waarover geklaagd wordt:

- in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag; of
- bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht.

Een beslissing tot celmutatie of toewijzing van een cel aan een gedetineerde is een beslissing die de directie vrij mag beoordelen op basis van haar discretionaire bevoegdheid. Deze beslissing mag geenszins een bestraffend karakter hebben.

Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3m² in een meerpersoonscel. Naar analogie met het Europees Comité ter Preventie van Foltering, stelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat sanitaire voorzieningen niet mogen meegerekend worden in de totale oppervlakte van de cel.

Het sterk vermoeden kan volgens het EHRM weerlegd worden indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1. De inperkingen van de vereiste minimale persoonlijke ruimte van 3m² zijn kort, incidenteel en gering;
2. De inperkingen gaan gepaard met voldoende bewegingsvrijheid en activiteiten buiten de cel;
3. De gedetineerde is opgesloten in een in het algemeen geschikt bevonden detentie-inrichting en er zijn geen andere verzwarende omstandigheden aan zijn of haar detentie.

Uit het dossier blijkt ontegensprekelijk dat het vermoeden van strijdigheid met het verbod op een onmenselijke behandeling in dit geval niet kan worden weerlegd. De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing van de directie. Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen worden, kent de klachtencommissie de volgende tegemoetkoming toe aan klager: 120 minuten belkrediet tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vaste telefoon.