Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0220

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT - ORDEMAATREGEL - REGIMEMUTATIE - VERBODEN SUBSTANTIES

Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie opgelegd van 10 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.

Klager ontkent de feiten. Hij voert aan dat geen verboden substanties werden gevonden en dat de vondst en de foto’s niet kan volstaan om een tuchtbeslissing op te steunen. De witte substanties zouden resten van suiker of boter zijn.

De directie meent dat het RAD en de foto’s zeer duidelijk zijn over de vaststellingen dat er restanten van verboden substanties merkbaar waren. In de beslissing BC/24-0049 oordeelde de beroepscommissie ook dat het feit dat deze vaststellingen geen verdere grondslag vinden in een fouille, geen afbreuk doet aan de eerdere vaststellingen.

De klachtencommissie ziet bijgevolg geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD en de foto’s. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De klachtencommissie meent dat klager geen argumenten opwerpt die aan de vaststellingen zouden doen twijfelen. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.

De klachtencommissie besluit dat klager niet voldoende overtuigende elementen aanbrengt, die erop wijzen dat de directie de tuchtinbreuk onterecht heeft weerhouden. Klager kon voor de tuchtinbreuk maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 10 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.

Over de ordemaatregel: een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie of cel hij een gedetineerde plaatst. Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de wet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is met andere woorden een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Een dergelijke mutatie mag echter geen verdoken tuchtsanctie zijn, aangezien de Basiswet dit niet voorziet als sanctie.

De klachtencommissie stelt vast dat op 18/07/2025 aan klager een ordemaatregel werd opgelegd waardoor hij werd overgeplaatst van het open regime naar het gesloten regime. Deze ordemaatregel werd schriftelijk genomen en uitgebreid gemotiveerd, zoals ook in het verweer van de directie weergegeven.

Uit deze motivering blijkt dat klager op 14/07/2025 een RAD kreeg. Het bezit van verboden substanties is volgens de directie niet compatibel met een verblijf op het open regime, daar het de intramurale drughandel kan faciliteren en versterken. De directie benadrukt ook dat het niet de eerste keer is dat klager wegens verboden substanties in opspraak komt. De directie motiveerde bijgevolg dat klager niet functioneert in een open regime en zij een verder verblijf in het opendeurregime niet langer mogelijk ziet.

De klachtencommissie is van oordeel dat deze motivering duidelijk maakt waarom klager gemuteerd werd naar een gesloten sectie. Er is volgens de klachtencommissie geen sprake van een verdoken tuchtsanctie. De klachtencommissie besluit dat de celmutatie niet onwettig is. De beslissing is om bovengenoemde redenen ook niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.